Aris de Heer: De grootste dammer uit de 19e eeuw

door Jan de Ruiter

Leven
Van Aris de Heer, geboren te Schermerhorn op 30 december 1805[1] en overleden te Middenbeemster op 15 mei 1874, de sterkste en beroemdste dammer uit de 19e eeuw, is weinig bekend. In de Beemster vertelde men dat Aris de Heer aanvankelijk onderwijzer zou worden[2], maar dat de familie van zijn eerste vrouw hem overhaalde veehouder (vetweider) in de Beemster te worden. Hij was twee keer getrouwd, achtereenvolgens met Jannetje Hoogland, op 14 mei 1826, en Neeltje Beets, op 18 augustus 1841, en kreeg in totaal 10 zoons en 5 dochters. Een vijftal kinderen overleed echter direct bij of vlak na de geboorte. Drie van zijn zoons werden ook bekende dammers:

Klaas de Heer 28.07.1829 18.09.1904 (winnaar van vele toernooien; deelnemer aan WK 1886)
Cornelis de Heer 08.12.1845 20.11.1891  
Jan de Heer 10.07.1860 02.11.1936 (voorzitter damclub Aris de Heer in 1906)

[1] Jarenlang, tot 1990, stond zijn geboortejaar in dampublicaties ten onrechte als 1806 geboekstaafd. Aangegeven door Rob Jansen in ‘Schatplichtig aan Caïssa’ uit 1992.
[2] Volgens een ongedateerd en ongesigneerd papier dat wordt bewaard in de UB.


arisdeheer
Aris de Heer – uit Het Damspel april 1906

  • Stamboom
De voorouders van Aris kwamen uit de Schermer, Aris verhuisde waarschijnlijk vanwege zijn huwelijk in 1826 naar de Beemster (bijna al zijn andere broers en zussen zijn in Schermerhorn blijven wonen). We starten het overzicht met de grootouders van Aris.

Aris Klaasz. de Heer, geboortedatum omstreeks 1740. Beroep: Landman. Aris Klaasz. is overleden op donderdag 2 juni 1814, 74 jaar oud. Aris Klaasz. was driemaal getrouwd: Wijntje Ariens Willegrijp; Nantje Klaas en Kaatje v.d. Burg.

          Kinderen van Aris Klaasz. de Heer en Wijntje Ariens Willegrijp: 
  1   Duifje de Heer, geboren op woensdag 22 oktober 1766.
  2   Aryen de Heer, geboren op zaterdag 7 oktober 1769.
  3   Klaas Arisz. de Heer, geboren op vrijdag 10 september 1773 in Zuid-Schermer. Klaas Arisz. is overleden op maandag 7 april 1845, 71 jaar oud.
  4   Trijntje de Heer, geboren op dinsdag 29 augustus 1775.
         
      Kind van Aris Klaasz. de Heer en Nantje Klaas
  5   Jacob de Heer, geboren op donderdag 20 april 1780.

3 Klaas Arisz. de Heer, geboren op vrijdag 10 september 1773 in Zuid-Schermer. Klaas Arisz. is overleden op maandag 7 april 1845, 71 jaar oud.
Klaas Arisz. trouwde, 29 jaar oud, op zondag 7 november 1802 met Trijntje Dirks Schermer. Trijntje Dirks is overleden op vrijdag 26 maart 1819.

          Kinderen van Klaas Arisz. de Heeren Trijntje Dirks Schermer:
  3.1   Dirk de Heer.  
  3.2   Sijtje de Heer.  
  3.3   Cornelis de Heer.  
  3.4   Aris de Heer, geboren op maandag 30 december 1805 in Schermerhorn. Aris is overleden op vrijdag 15 mei 1874 in Midden Beemster, 68 jaar oud.

3.4 Aris de Heer, geboren op maandag 30 december 1805 in Schermerhorn. Aris is overleden op vrijdag 15 mei 1874 in Middenbeemster, 68 jaar oud.

Aris: Trouwde, 20 jaar oud, op Pinksterzondag 14 mei 1826 in Middenbeemster met Jantje (Jannetje) Hoogland, 24 jaar oud, geboren op zondag 31 januari 1802 als dochter van Gerrit Hoogland en Neeltje Hoogetoorn. Jannetje is overleden op woensdag 5 juni 1838 in Middenbeemster, 36 jaar oud.
Trouwde, 35 jaar oud, op zondag 22 augustus 1841 in Middenbeemster met Neeltje Beets, 20 jaar oud, geboren op Paaszondag 22 april 1821 in Middenbeemster als dochter van Cornelis Beets en Maartje Knip. Neeltje is overleden op woensdag 28 februari 1877 in Middenbeemster, 55 jaar oud.

      Kinderen van Aris de Heeren Jannetje Hoogland:
      3.4.1   Klaas de Heer, geboren op donderdag 18 juni 1829 in Middenbeemster. Klaas is overleden op zondag 18 september 1904, 75 jaar oud.
  3.4.2   Gerrit de Heer, geboren op 10 oktober 1831 in Middenbeemster. Gerrit is overleden op 2 januari 1832 in Middenbeemster.
  3.4.3   Gerrit de Heer, geboren op oudjaarsdag maandag 31 december 1832 in Middenbeemster.
  3.4.4   Dirk de Heer, geboren op maandag 23 november 1835 in Middenbeemster.
  3.4.5   Lourens de Heer, geboren op vrijdag 8 december 1837 in Middenbeemster. Lourens is overleden op 21 juni 1838 in Middenbeemster.

18380609OprHrlemCrtoverlijdenJannetjeHoogland
Opregte Haarlemsche Courant 05.06.1838

      Kinderen van Aris de Heer en Neeltje Beets:
      3.4.6   Trijntje de Heer, geboren op dinsdag 22 maart 1842 in Middenbeemster.
  3.4.7   Maartje de Heer, geboren op vrijdag 19 april 1844 in Middenbeemster.
  3.4.8   Cornelis de Heer, geboren op maandag 8 december 1845 in Middenbeemster. Cornelis is overleden op vrijdag 20 november 1891, 45 jaar oud.
  3.4.9   Sijtje de Heer, geboren op vrijdag 24 november 1848 in Middenbeemster.
  3.4.10   Simon de Heer, geboren op donderdag 27 maart 1851 in Middenbeemster. Simon is overleden op maandag 22 december 1851, 0 jaar oud.
  3.4.11   Aagje de Heer, geboren op donderdag 21 oktober 1852 in Middenbeemster.
  3.4.12   Simon de Heer, geboren op dinsdag 27 mei 1855 in Middenbeemster. Simon is overleden op woensdag 10 juli 1861, 6 jaar oud.
  3.4.13   Mietje de Heer, geboren op maandag 19 oktober 1857 in Middenbeemster. Mietje is overleden op vrijdag 20 juli 1860, 2 jaar oud.
  3.4.14   Jan de Heer, geboren op dinsdag 10 juli 1860 in Middenbeemster. Jan is overleden op maandag 2 november 1936, 76 jaar oud.
  3.4.15   Simon de Heer, geboren op donderdag 19 maart 1863 in Middenbeemster.

AdeHeerwoonhuis

  • Boer, vetweider en openbare functies
Aris werd een welvarend man, kocht een groot stuk land en de stolp ‘Het Hofje” aan de Mijzerweg, hoek Westdijk, in Noord-Beemster en werd vetweider[3]. Rond 1857 betrok de familie de Heer de Boreelhoeve aan de Jisperweg, hoek Schermerhorn. Deze boerderij werd tot 1990 door de familie de Heer bewoond[4]. Hij bezat ook een boerderij te Middenbeemster gelegen aan de Jisperweg, hoek Noordringdijk (tegenwoordig de Noorddijk). Hij kwam in 1844 in het polderbestuur als hoofd ingelanden, bleef lange tijd in dit bestuur, en nam uit dien hoofde een dambord als wapen aan[5].

[3] Boer die vee voor de slacht fokt.
[4] Artikel in ‘Binnendijks’ herfst 2002
[5] Dit wapen is nog steeds te zien op het Wapenbord  in het polderhuis te Middenbeemster.

image    auto3
Purmerender Courant 28.11.1855    

Hij won niet alleen prijzen met dammen maar ook met kaas maken en zijn koeien:

image-2    image-5
Purmerender Courant 29.09.1869   Purmerender Courant 03.10.1869
 
image-3

De volgende tekst komt uit ‘Kronijkmatige en geschiedkundige beschrijving van Purmerende en omliggende dorpen, meren enz’ uit 1839 van G. van Sandwijk:
1837 – De landman Aris de Heer, aan den Jisperweg, bij den noordwestelijke ringdijk, verkocht in dit jaar aan den Heer J.C. Muller, vleeschhouwer in de Kalverstraat te Amsterdam, eene bij hem vetgeweide koe, die 1204 oude ponden schoon aan den haak woog”.

18411230OprHrlemCrtarisdeheergrondtekoop
Opregte Haarlemsche Courant 31.12.1841 + 01.01.1842


Raadslid
Ook was hij lid van de gemeenteraad van Middenbeemster.

image-4
Purmerender Courant 09.07.1873

In 1847 was Aris raadslid en was in deze hoedanigheid betrokken bij een schoolstrijd om de benoeming van een onderwijzer op de school in Westbeemster. Op deze school waren veel katholieken en een groep katholieken richtte zich tot de staatsraad om één van de twee katholieke sollicitanten benoemd te krijgen. Het gemeentebestuur benoemde echter Pieter Paaser, de niet-katholieke gegadigde. De Staatsraad legde de kwestie voor aan het ministerie en de minister adviseerde om de benoeming in te trekken en een katholiek te benoemen. De gemeenteraad bleef echter bij haar standpunt en Aris de Heer diende als raadslid een voorstel in, als besluit van de raad van Beemster. Hij stelde hierin heel duidelijk, dat de benoeming volledig in overeenstemming was met de bestaande wetgeving. Alleen de raad is bevoegd om benoemingen te doen. Een landsadvocaat had dit stuk niet beter op kunnen stellen. Maar het antwoord loog er niet om: ”Volgens Gedeputeerde Staten berustte het voorstel van Aris de Heer op een dwaling, ten gevolge van hun mindere bekendheid met de wettelijke verordeningen, waarop zij zich beriepen”. De achterliggende gedachte was duidelijk: ‘Wat denkt zo’n stelletje boeren uit de Beemster wel? Om kort te gaan, B&W hield echter voet bij stuk, en ook hier behaalde Aris een overwinning.

Medeoprichter ‘Beemster Veefonds’ [6] 
Regelmatig voorkomende veeziekten waaronder na de runderpest vooral de fatale longziekte, brachten tal van veehouders aan de rand van de afgrond. In 1840 heeft een particulier initiatief geleid tot de oprichting van het veefonds. Jacobus Bouman en zijn plaatsgenoten C. Boom, K. Admiraal, J. Edel Jz., Jac. Edel, C. Beetz Pz. en Aris de Heer hadden er hun schouders onder gezet. De omslagregeling bleek zo goed uitgedacht dat zelfs in het buitenland het ‘Beemster Veefonds’ op deze basis werd nagevolgd.

[6] Iemand uit Noord-Holland. Wouter Sluis 1827-1891. Door G. Kohne, 1991

  • Dagboeken[7]
Uit dagboekaantekeningen[8] van zijn zoon Dirk blijkt dat hij regelmatig in Amsterdam en Rotterdam kwam.
De dagboeken van Dirk de Heer (geboren 1835) bestaan uit 6 deeltjes welke de jaren 1867, 1868, 1869, 1872, 1873 en 1874 beslaan. Daarnaast is er nog een schriftje uit 1873 welk handelt over het Veefonds. De schriftjes meten ongeveer 8 bij 15 cm.. Dirk heeft in potlood heel kort en zakelijk allerlei gebeurtenissen vastgelegd zoals het bezoek aan een kerk, het op visite komen en gaan bij familie of vrienden, notities over geboorten en overlijden maar ook over de koop/verkoop van schapen, koeien, prijzen van boter, deklijsten etc. In een klein aantal vermeldingen komt Aris voor:

21/03/1867 Vader de Heer naar Rotterdam
30/12/1867 Naar het verjaardagsfeest van Vader de Heer
30/12/1868 Naar het verjaardagsfeest van Vader de Heer
??/??/1869 A. de Heer naar Jabob Bet(?)
30/12/1869 Naar het verjaardagsfeest van Vader de Heer

30/12/1872 Naar de Wogmeer en naar het verjaardagsfeest van Vader de Heer
30/12/1873 Naar het verjaardagsfeest van Vader de Heer
18/02/1874 Naar Vader de Heer op ’t Kopje
29/03/1874 Naar de Beemster te kerk en naar het tweede gebod bij Vader de Heer
15/05/1874 Vader de Heer overleden in den ouderdom van 68 jaar
17/05/1874 Vader de Heer begraven. Verjaardag van C. Hurks(?)
10/06/1874 Inventarisatie bij Moeder de Heer
14/08/1874 Moeder de Heer, Klaas en Cornelis de Heer met vrouw te gast gehad.
14/09/1874 Naar de Buurtverkooping der woningen en landerijen van Vader de Heer
17/09/1874 Boelhuis van huisraad en inboedel.
Veel wijzer worden we hier niet echt van. Het is jammer dat er geen boekje van 1870 (meer?) is, dit had licht kunnen werpen op het toernooi in Purmerend. Bij de boekjes bevindt zich een haarlok van Aris en een haarlok van Neeltje Beets. Uit de boekjes komt duidelijk naar voren dat Dirk nauwere banden onderhield met zijn schoonfamilie dan met de eigen familie.

[7] Aanwezig in Museum Betje Wolff
[8] Dagboeken 1868/69/70 en 1872/73/74

auto0-2
De beroemde tekening door Simon de Heer uit 1937. Nog steeds te bewonderen in de biljartkamer van ’t Heerenhuis te Midden Beemster.
Links Jan de Heer, in het midden Antooni Zomerdijk, rechts Klaas de Heer.


DAMMER en SCHAKER
  • De overlevering
Tot juli 2002 stonden ons maar enkele gegevens ter beschikking waaruit we konden opmaken dat Aris een sterk dammer was. Volgens overlevering, die wellicht op legendevorming berust, was hij sinds 1822 gedurende een halve eeuw onoverwinnelijk[9] en zou hij al op 15 jarige leeftijd een 1ste plaats in een damwedstrijd hebben behaald. Volgens diezelfde overlevering was hij de bescheidenheid in persoon en de kalmte waarmee hij speelde dwong bewondering af. Vluggertjes speelde hij nooit, zette hij zich voor een partij, dan wist men reeds vooraf dat het een serieuze zou zijn en dat hij het bord alleen als overwinnaar zou verlaten, of minstens een remise zijn deel werd, want verliezen deed hij nooit. Hij zou vaak met 31-26[10] hebben geopend om daarna te proberen een hekstelling in te nemen. Zijn houding voor het bord was steeds kaarsrecht en onbeweeglijk. Op deze wijze is hij door zijn kleinzoon, de bekende kunstennaar Simon de Heer, afgebeeld op de grote tekening die in het ‘Heerenhuis’ te Middenbeemster hangt[11].

Verliezen deed Aris volgens de overlevering dus niet, het zou het ergste zijn wat hem kon overkomen[12]:

Tijdens een marktbezoek te Amsterdam ontmoette De Heer een amateur damspeler, die volgens zijn beweren, toevallig voor zaken in Amsterdam was gekomen. Anderen willen echter zeggen, dat deze een Frans meester in het damspel was, en opzettelijk afgezonden om “de Heer” daar te treffen. Na een korte kennismaking werd spoedig overgegaan tot het spelen van een partij dam, vermoedelijk in “De Roode Leeuw” op de Vijgendam. Weldra bemerkte De Heer dat hij met een zéér kundig speler te doen had en spande dus alle krachten in om het spel tot een voor hem gunstig einde te brengen. De winststelling mocht hij echter niet behalen en moest zich derhalve met een ‘kamper’, een destijds gebruikelijk woord voor een onbesliste partij, tevreden stellen. Toen, na een zware strijd, de partij remise werd, stond De Heer op en verklaarde aan de vele omstanders liever het bericht te hebben ontvangen, dat zijn beste os, die hij ’s morgens ter markt had gebracht, was doodgevallen, dan de partij te moeten verliezen’.

[9] Zie gedicht verderop in artikel
[10] Alleen genoemd in het maandblad ‘Dammen’ 1985, nr. 8, blz. 10
[11] In 1937 vervaardigt ter gelegenheid van de ‘Beemster feesten’. Simon was de zoon van Cornelis de Heer en bekend kunstenaar. Zie ook ‘Simon de Heer (1885-1970) Tekeningen, Etsen, Schilderijen’ uit 1999 door Nico Cornelissen.
[12] De Amsterdammer, 15 september 1907 – C.H. Broekkamp,  De Damspeler, 1907 – 
C.H. Broekkamp /  Het Damspel september 1958, blz. 97 –     alle versies wijken licht van elkaar af.

De meest uitgebreide versie kwam ik tegen in ‘De Drie Meren’ van 19.12.1922:
‘De ‘damredacteur’ van de “Tel.”wijdt aan den afgeloopen wedstrijd voor het Damkampioenschap een nabetrachting, waarin we deze aaridige herinnering vinden: Een der meest opmerkelijke speler is Noome, achterkleinzoon van den beroemden Aris de Heer. Het dammen beteekent bij de Noomes, het huldingen van een oude familietraditie. Komt ge in de Beemster, een van de sterkste dam-centra’s, en vraagt ge iets over De Heer, dan raakt men niet spopeidg uitverteld. EniInderdaad, De Heer was een wonder van damkunst en niet licht zal het ooit weer een speler gelukken op gelijke wijze zijn superioteit uit te drukken. De Heer was veehouder en wanneer hij op marktdagen Amsterdam bezocht,  kon men hem in ’t Poolsch’ zijn partij zien spelen. Men vertelt van deze meester, die in een halve eeuw geen partij verloor, hoe hij hier eens, na een tegenstander volgens de regelen der kunst te hebben ‘weggeschoven’, door een vreemdeling werd uitgedaagd tot het spelen van een serieuze partij. Later zou blijken, dat deze een der sterkste Fransche meesters was, die was overgekomen uitsluitend met het doel De Heer te treffen. En welk een partij werd het! Reeds spoedig ondervond De Heer , die gewoon was aan gemakkelijken overwinningen, dat hij een uiterst bekwaam tegenstanbder te bekampen kreeg en het verkrijgen van een gunstige beslissing inspanning van al zijn krachten zou vergen. ’t Was een echte ouderwetsche partij, uit den tijd, dat de spelers zich nog niet in hun stellingen verschansten,  toen het riskante combinatiespel, vol geest en elan, hoogtij vierde. De partij trok natuurlijk een groote belangstelling en men verdrong zich om de tafel, waaraan de tegenstanders , geheel in hun spel verdiept, in totaal vergeten van tijd en en omgeving hun combinaties uitwerkten.

De Heer stond slecht, de atmosfeer trilde van spanning , en toch kon men niet gelooven, dat Aris zou verliezen. En inderdaad, het eindspel had voor hem weinig geheimen meer, een onverwachte zet, een verrassend offer en zijn tegenstander zag zich alle kans op winst ontnomen.  Maar nimmer zou men deze partij vergeten, en ’t allerminst De Heer zelf, die na afloop opstond en verklaarde, liever de tijding te hebben ontvangen, dat zijn beste koe op de markt was doodgebleven, dan dat hij deze partij had moeten verliezen’.

Aan het begin van de 20e eeuw heerste in een groot deel van Noord-Holland onder alle dammers een grote verering voor Aris de Heer. Zijn kracht als speler was in die tijd legendarisch. De volgende anekdote deed de ronde in dammerskringen aan het eind van de 19e eeuw en merkwaardig genoeg is opnieuw een Fransman van de partij[13]:

Op een keer kreeg Aris de Heer bezoek van een Fransman, die met hem wilde spelen. Zijn zoon Klaas ontving de vreemdeling, want Aris zelf was op het land aan het werk. Klaas deelde de bezoeker mee dat vader over een poosje wel zou komen, naar vroeg of het niet aardig zou zijn als zij alvast maar zouden beginnen. Dat werd gedaan. Tot verbazing van de Fransman bleek de zoon ook al een zeer sterke speler te zijn en tenslotte moest hij de partij gewonnen geven. Klaas adviseerde hem toen maar om niet met vader te spelen, want hij had zelf ook nooit een partij van hem kunnen winnen”.

[13] Maandblad ‘Dammen’ – 1980 , nr.8 - blz. 9


Daarnaast werd hem gevraagd een oordeel te geven over het boek van Ephraïm van Emden dat in 1848 een herdruk beleefde[14]:

‘De tegenwoordige uitgever, mede willende voldoen aan het hem te kennen gegeven verlangen, om dit werk op nieuw te drukken, heeft, alvorens hier toe over te gaan, den heer A. de Heer, in den Beemster, vermaard kenner van dit spel, over de uitgave geraadpleegd, en het is, ten gevolge het gunstige oordeel van Zijn-ed., dat hetzelve heeren liefhebbers wordt aangeboden’.

[14] Verhandeling over het damspel E. van Emden, 2e druk, uitgegeven door    H. Moolenijzer sr. te Amsterdam, 1848

Ook uit de inhoud van het gedicht van J. Bouman[15] en het overlijdensbericht in Sissa[16] valt af te leiden dat Aris een sterk dammer was.

[15] Zie verderop in het artikel
[16] Zie verderop in het artikel

arisdeheerportret
Aris de Heer – door Simon de Heer (van de website ‘Stichting Simon de Heer’)

  • De toernooien
Zoals eerder vermeld bleef onze kennis van de sterkte van Aris op het dambord beperkt tot de bovenstaande gegevens. In juli 2002 ontdekte schrijver dezes in diverse kranten dat gedurende de jaren 1835 tot en met 1839 liefst 5 damtoernooien in Alkmaar plaats vonden. Niet dat hiermee is aangetoond dat Aris inderdaad 50 jaar ongeslagen bleef, wel tonen de uitslagen aan dat Aris inderdaad een dammer van zeer sterke kracht was en de legendes en verhalen wel degelijk een kern van waarheid bevatten. Aan een toernooi in 1837 nam Aris waarschijnlijk niet deel, althans zijn naam komt niet bij de prijswinnaars voor. Van een toernooi in 1838 is wel een advertentie maar geen uitslag gevonden. Het toernooi in 1839 toont aan hoe de andere dammers over de speelsterkte van Aris dachten.

ALKMAAR 23.07.1835
Opregte Haarlemsche Courant – 04.07.1835
De Ondergeteekende wonende in het Haarlemmer Wapen, van Alkmaar, staande op de Lange Nieuwe Sloot, Wijk B, No 157, voornemens zijnde om op Donderdag den 23sten Julij 1835, des voormiddags om 10 ure, te laten Verdammen een met Zilver gemonteerd fraai DAMBORD, met de daarbij behoorende dito Stukken, noodigd bij deze alle Heeren Liefhebbers uit om hieraan deel te nemen, endezelve met hunne tegenwoordigheid te kommen vereeren.
Alkmaar, Den 4 Julij 1835 P.A. WALRAVEN Koffiehuis- en Billiarthouder

Alkmaarsche Courant - 20.07.1835
De VERDAMMING van het met Zilver gemonteerd DAMBORD en dito STUKKEN zal op Donderdag den 23sten dezer eenen aanvang nemen, des morgens ten 10 ure; zie Haarlemsche Courant van den 4den Julij 1835.
P.A. WALRAVEN

Alkmaarsche Courant – 27.07.1835
Opregte Haarlemsche Courant 28.07.1835
De ondergetekende bijzonder te vreden, over het talrijk bezoek van alle kanten en de wijze van gepaste vrolijkheid, welke Hem op den 23sten Julij 1835 bij de Verdamming van het met Zilver gemonteerde Dambord en de dito Stukken mogt te beurt vallen; deelt hij aan het publiek het volgende mede:
Een aantal van Vier-en-twintig, zoo wel van mijn Stadgenoten en van alle zijde toegevloeide liefhebbers, begonnen des morgens alle tegelijk naar de prijs te dingen, waarop eindelijk na eene onvermoeiende poging, den Heer A. de Heer, woonachtig in de Beemster, des avonds den eervollen Prijs behaald heeft.
ALKMAAR P.A. WALRAVEN 
Den 27 Julij 1835 Koffijhuis en Billardhouder
 
AdeHeerAlkmaar1835a
Alkmaarsche Courant 27.07.1835

AdeHeerAlkmaar1835b
Alkmaarsche Courant 27.07.1835


ALKMAAR 18.08.1836
Algemeen Handelsblad – 07.08.1836
Opregte Haarlemsche Courant – 09.08.1836
V E R D A M M I N G.
De ondergeteekende wonende in het Haarlemmer Wapen, te Alkmaar, aan de Lange Nieuwe Sloot, Wijk B, No 157, voornemens zijnde om op Donderdag den 18den Augustus 1836, des voormiddags om 10 ure, te laten verdammen: Een met Zilver gemonteerd fraai DAMBORD, met de daarbij behoorende uit Ivoor bewerkte STUKKEN, noodigt bij deze alle Heeren Liefhebbers uit, om hieraan deel te nemen, en hem met hunne tegenwoordigheid te vereeren.
Alkmaar P.A. WALRAVEN 
6 Augustus 1836 Koffijhuis en Billardhouder

Alkmaarsche Courant – 15.08.1836
V E R D A M M I N G,
Van het met Zilver gemonteerd fraai DAMBORD en IJvoor bewerkte STUKKEN, zal op Donderdag den 18den Augustus 1836, eenen aanvang nemen des morgens ten 10 ure.
Zie Algemeen Handelsblad van 7 Aug. P.A. WALRAVEN 
en Haarlemsche Courant van 9 Aug. 1836.  

Alkmaarsche Courant – 22.08.1836
De dampartij, welke den 18den Augustus 1836, ten mijnen huize heeft plaats gehad is niet tegenstaande, de groote toevloed der nieuwsgierigen met veel genoegen afgeloopen.
Alkmaar, 22 Augustus 1836 P.A. WALRAVEN 
Zie Haarl. Courant van 23 Aug. 1836.  

Opregte Haarlemsche Courant – 23.08.1836
De dampartij, welke den 18den Augustus jl., ten Huize van P.A. WALRAVEN, Koffijhuishouder in het Haarlemmer Wapen, aan de Lange Nieuwsloot te Alkmaar, heeft plaats gehad, heeft de verwachting verre overtroffen; twintig van de meest geoefende Dammers hebben gewedijverd naar den prijs, vermeld in de Haarl. Cour. Van den 9den Augustus jl., en is na een tijdverloop van circa twaalf uren door den Heer A. de Heer, woonachtig in de Beemster, en de premie door den Heer J. Kales, in de Schermeer, Gemeente Oterleek, behaald geworden. Niettegenstaande den toevloed der menigte aanschouwers van hier en elders is dezelve Partij even als in het vorig jaar met veel genoegen afgeloopen.
Alkmaar, den 23sten Augustus 1836.

AdeHeerAlkmaar1836a

ALKMAAR 27.06.1839
Opregte Haarlemsche Courant 18.06.1839
JAARLIJKSCHE DAM-PARTIJ
De Ondergetekeende, wonende in het Haarlemmer Wapen, te Alkmaar, staande aan de Lange Nieuwe Sloot, in Wijk B, No. 157, voornemens zijnde om op Donderdag den 27sten Junij 1839, des voormiddags ten 10 ure, te laten verdammen : Een fraai DAMBORD, met de daarbij behoorende stukken met Zilver gemonteerd, hetwelk finaal zal vereerd worden, noodigt bij deze alle Heeren liefhebbers uit, om hieraan deel te nemen, en met hunne tegenwoordigheid te vereeren.
Alkmaar P.A. WALRAVEN 
Den 18den Junij 1839 Koffijhuis & Billardhouder 

Alkmaarsche Courant – 24.06.1839
L E E S H I E R !
De gewone Jaarlijksche DAM-PARTIJ zal op Donderdag den 27sten Junij 1839, in het Koffiehuis op de Lange Nieuwsloot, des morgens ten 10 ure plaas hebben, een uitmuntende PRIJS zal finaal vereerd worden.
P.A.. WALRAVEN, Koffijhuis & Billardhouder 

Alkmaarsche Courant – 01.07.1839
Opregte Haarlemsche Courant 02.07.1839
L E T W E L.
De uitmuntende Prijs van 27 Junij 1839, is in een tijdsverloop van Zestien uren, door den heer A. Blokdijk, Logementhouder in de Rijp eervol behaald.
De Heer A. de Heer woonachtig in de Beemster, werd door de spelers verzocht, door zijne zoo bijzondere ervarenheid in dit spel niet mede te dingen, hetgeen door hem werd aangenomen.
De menigte spelers en aanschouwers van alle kanten was groot, terwijl alles met gepaste vrolijkheid afliep.
ALKMAAR P.A. WALRAVEN 
Den 1sten Julij 1839 Koffijhuishouder
 
AdeHeerAlkmaar1839a
Alkmaarsche Courant 24.06.1839

AdeHaarAlkmaar1839b
Alkmaarsche Courant 01.07.1839


Tja, wat kunnen we hier nog aan toe voegen? Zijn naam komt niet voor in de einduitslag van het toernooi in Alkmaar in 1837 en van het toernooi in 1838 is geen uitslag overgeleverd. Uit de periode 1835/mei1874 kennen we in totaal 18 toernooien in Noord-Holland. Van slechts 6 toernooien is de winnaar bekend:

Datum   Plaats       Winnaar
23.07.1835   Alkmaar   nh   Heer, A, de
18.08.1836   Alkmaar    nh    Heer, A. de 
 28.10.1836   Avenhorn    nh    geen uitslag 
12.10.1837    Alkmaar    nh    Kalis, J. 
13.09.1838    Alkmaar    nh    geen uitslag 
27.06.1839    Alkmaar    nh    Blokdijk, A. 
07.10.1839    Hoorn    nh    geen uitslag 
04.02.1841    Enkhuizen    nh    Heer, C. de 
04.03.1841    Hoorn    nh    Singer, C.
16.06.1841    Rustenburg    nh    geen uitslag
02.09.1841    Bovenkarspel    nh    geen uitslag 
21.09.1841    Medemblik    nh    geen uitslag 
30.09.1841    Hoorn    nh    geen uitslag 
29.12.1841    Hoorn    nh    geen uitslag 
20.10.1842    Bovenkarspel    nh    geen uitslag 
23.04.1844    Amsterdam    nh    geen uitslag 
17.09.1844    Amsterdam    nh    geen uitslag 
19.02.1870   Purmerend    nh    geen uitslag

Een aantal plaatsen, met name Avenhorn en Rustenburg, liggen om de hoek van de Beemster.
De winnaar van Enkhuizen1841, C. de Heer, is waarschijnlijk een broer van Aris. Zie 3.3 in de stamboom.

Van Purmerend1870 is de uitslag niet bewaard, toch weten we zeker dat Aris de Heer het toernooi niet won:
Purmerender Courant – 23.02.1870
Aan de dampartij Zaturdag jl. bij den kastelein C. Lakeman in de ‘Vergulde Roskam’ alhier gehouden werd door 16 personen deelgenomen. De partij begon des morgens te 10 ure, duurde bijna onafgebroken tot ’s avonds 8 ure, en was toen nog niet geëindigd, maar zal op een nader te bepalen dag worden voortgezet. Voordat de vergadering was afgeloopen heeft een der spelers door een ligte ongesteldheid, gedeeltelijk misschien ten gevolge van der groote inspanning, de partij moeten opgeven. De vier laatst aangeblevenen waren de heeren: J. Bier, D. van der Molen, J. Klaver en K. de Heer. De prijs bestaat uit een fraai met zilver ingelegd dambord, de premie uit een dito van minder kwaliteit. Naar men verneemt zal de voortzetting dezer partij op aanstaanden vrijdag plaats hebben.

De einduitslag is niet gepubliceerd, maar volgens overlevering[17] zou zijn zoon Klaas als overwinnaar het strijdperk hebben verlaten. Waarom Aris niet mee speelde zal wel voor altijd een raadsel blijven. Trok hij zich misschien als gevolg van een ‘ligte ongesteldheid’ terug?
De prijs uit 1836 klinkt ons bekend in de oren. Tijdens de veiling in september 1874 bleven de ivoren schijven in het bezit van de familie. In het artikel in Trouw spreekt men over een dambord met zilveren hoeken en dat kan de prijs uit 1835 of 1836 zijn.
De waarheid omtrent de speelsterkte van Aris, zo lang verscholen gebleven in de archieven van maar liefst 3 kranten, na bijna 100 jaar na de eerste publicatie over Aris de Heer in Het Damspel, eindelijk onthuld. Tevens het bewijs dat Aris inderdaad zeer sterk damde en alle verhalen over hem een kern van waarheid kunnen bevatten. Hij speelde zo sterk, dat zijn tegenstanders hem bijkans smeekten niet mee te spelen! Prachtig! Hoe hadden we tegen Aris aangekeken als het verhaal van het toernooi uit 1839 was overgeleverd? Had iemand dat dan geloofd? Maar 2 toernooiwinsten lijkt toch te mager om iemand te vragen om niet mee te spelen. Het kans niet anders of er zijn meer toernooien geweest. Daarnaast zal zijn faam mede gebaseerd zijn op vriendschappelijke partijen die hij in de Beemster, Alkmaar, Purmerend, Amsterdam en wie weet in Rotterdam speelde. Dat dit niet onlogisch is weten we uit de overgeleverde verhalen en het gedicht van Bouman. Ook de necrologie in Sissa[18], die kort na zijn overlijden verscheen, geeft hierover informatie:

‘’en hij was daarin zóó ervaren, dat hij, hoewel iedere damspeler van naam opzoekende, en zelf van alle kanten opgezocht wordende, steeds in iedere strijd overwinnaar is gebleven!’

[17] Zie Het Damspel 1906, blz. 51 en 52. Wie meer over Klaas wil lezen pakt daartoe de nummers 7, 8, 9, 10 uit 1985 van het maandblad 'Dammen'
[18] Sissa, 1873, blz. 155

  • Beemster Damclub 1841 - 1897
In 1841 ondernemen 8 personen een reis die hen langs diverse plaatsen in Noord- en Zuid-Holland voert. Deze reis is beschreven door de bekende amateur-historicus Jacobus Bouman en deze aantekeningen zijn terug te vinden in het blad ‘De Drie Meren’ van 22 februari en 28 maart 1936. Het originele verslag uit 1841 was rond 1960 nog in het bezit van een Beemster familie[19]. In 1871 schreef Bouman een herziene versie. Het verslag is interessant omdat het als titel draagt: “Reis van het Beemster Damgezelschap”. Onder de reizigers echter niet Aris de Heer, misschien omdat hij toen in beslag genomen werd door de voorbereidingen van zijn tweede huwelijk[20]. In het verslag wordt met geen woord over het damspel gerept.
We mogen aannemen dat Aris de Heer lid van deze club was, enig bewijs daarvoor ontbreekt echter. Wel was zijn zoon Klaas de Heer voorzitter van deze club. In 1861 heet de club Beemster Dam- en Schaakgenootschap[21]. In 1881, 1885, 1889, 1892 en 1895 organiseerde zij Dam- en Schaaktoernooien waarvan de aankondigingen en verslagen in de Purmerender Courant te vinden zijn.
In 1879 telt de club 40 leden[22] en pas in 1897 valt het doek[23]. In 1906 richt men in Middenbeemster de damclub “Aris de Heer” op, een terecht eerbetoon aan de grote meester.

[19] Algemene historie en bibliografie van het damspel, 1966 – K. W. Kruijswijk
[20] Schatplichtig aan Caïssa, 1992 – R.C.B Jansen
[21] Het Loopt Ongenadiglijk Mat , 1999 - H.J.G.M. Scholten
[22] Sissa, 1879
[23] De Nieuwe Purmerender Courant  18.11.1897

  • Schaakspeler / Sissa, schaakblad
Uit Sissa dat Aris en zijn oudste Klaas de dam- en schaakproblemen oplosten die in de laatste maanden van 1854 in het blad zijn opgenomen. Het is dan ook verleidelijk te stellen dat zij eind 1854 een abonnement op het blad namen. Aris en Klaas lossen naast alle damproblemen ook bijna alle schaakproblemen en eindspelen op die in 1855, 1857 en 1857 in het blad verschenen (en dat waren er heel wat!). Ook tonen zij hier en daar nevenvarianten en b.o.’s aan[24]. We mogen rustig stellen dat Aris ook een groot liefhebber van het schaakspel was. Na het overlijden van de inzender van de damproblemen, B.W. Blijdenstein, in 1857 plaatst Sissa tot 1873 geen damproblemen meer.

[24] Gemiddeld stuurden 9 personen of schaakclubs de oplossingen in.

AdeheerSissa1856
Sissa - 1856

Aris en zijn zoon Klaas stuurden de oplossingen in van de volgende problemen:
1855 nrs. 7-23
1856 nrs. 24-35
1857 nrs. 1-17

In de periode 1858 / 1872 komen we Aris en Klaas niet meer als oplossers van schaakproblemen tegen. In 1873 en 1874 stuurt alleen Aris af en toe een oplossing van een damprobleem in. In 1873 geeft Aris aan op welke manier men in zijn omgeving damde. Hieruit blijkt dat ‘damrust’[25] zijn voorkeur genoot.

Sissa – 16.03.1873:
BRIEFWISSELING. Damspel. De Heer A. de Heer zond ons een gemotiveerd schrijven over enkele in dit blad besproken vraagpunten. De geachte schrijver verklaart zich onvoorwaardelijk voor damrust, als zoude het de scherpzinnigheid van het spel verhoogen en geheel stemt hij in met den wensch van den Heer Mmbg te ’s Bosch[26], dat als regel worde aangenomen om in problema’s het dóór-slaan aan te duiden en waar dit niet geschiedt damrust aan te nemen.
Verder wordt op eene handleiding lateren tijd dan die van v. Embden gewezen, uitgegeven te Rotterdam[27], waarin het beginsel dóórslaan gehuldigt is, doch de groote meerderheid der spelers in ons land is voor dam-rust. Ten einde vaste regels te verkrijgen is de heer H. er vóór om de regels van v. Embden algemeen te volgen.

Daarnaast zien wij zijn naam nog genoemd in de uitgave van 09.03.1873
BRIEFWISSELING. (redactie) De heer A. de H. in de Beemster. Oude vrienden wederom te ontmoeten,
doet het hart goed! We houden ons aanbevolen.
en in 1874, blz. 93 over de problemen 37 en 40 (uit een verloren gegane manuscript van Van Emden) waarvan de oplossing niet tot winst leidt:
(redactie) Ook de heer A. de H. is het met den heer HHumbg eens dat No. 37 en 40 onjuist zijn. Bij No. 37
kan na het slaan van 50-6, zwart door dadelijk 2 schijven op te offeren de partij remise maken.
Bij No. 40 had moeten staan welke schijf moet A spelen om B te verschalken. In casu was dit 20-25[28]. B is
echter niet gedwongen om 40-35 te doen volgen.

[25] Een schijf op de damlijn aangekomen mag niet doorslaan maar wordt tot dam gekroond. Een regel die door Van Emden in zijn boek uit 1785 werd gepromoot.
[26] W.A. Hamelberg, Den Bosch.
[27] Handleiding tot de oefening en kennis van het damspel  / uitgave 1836 en later.
[28] Notatie Manoury-oud

Hij stuurde trouw de oplossingen in:
1873 nrs. 24-41, 44,45,46,47
1874 nrs. 48,49,50

Het lijkt erop dat we van een damtechnische nalatenschap van Aris verstoken zijn (zie verder ‘Hekstellingstand’). Op schaakgebied ligt dit echter anders! In ‘Sissa’ van 1860[29] komen we twee partijen tegen waaraan de naam Aris gekoppeld is. Hij speelt deze samen met zijn zoon Klaas per correspondentie tegen A. de Lelie en J. Pinedo, Jun. beiden te Amsterdam. Ik toon de partijen zoals zij in Sissa zijn opgetekend:

[29] Sissa 1860, blz. 143,144,145,146.

Schaak bij briefwisseling

(No. LXXXIX. PHILIDORS VERDEDIGING)
Deze en de volgende partij werd gespeeld door de Heeren A. de Lelie en J. Pinedo, Jun. te Amsterdam tegen de Heeren A. en K. de Heer in den Beemster.

De Lelie en Pinedo   A. en K. de Heer De Lelie en Pinedo   A. en K. de Heer
    Wit Zwart           Wit     Zwart          
1e
zet
E2
op
E4   E7
op
E5   23e
zet
G4
op
F5   C7
op
C5  
2e
,,
G1
,,
F3   D7
,,
D6   24e
,,
E2
,,
D2   B8
,,
C7  
3e
,,
F1
,,
C4   F7
,,
F5   25e
,,
A2
,,
A4   E5
,,
F7  
4e
,,
D2
,,
D4   E5
nt.
D4   26e
,,
D2
,,
D3   E8
,,
E7  
5e
,,
D1
nt.
D4   B8
op
C6   27e
,,
G2
,,
G3   B7
,,
B6  
6e
,,
D4
op
D3   F5
nt.
E4   28e
,,
D3
,,
D5   E7
,,
E5  
7e
,,
D3
nt.
E4 D8
op
E7   29e
,,
D5
nt.
E5   F7
nt.
E5  
8e
,,
B1
op
C3   C8
,,
F5   30e
,,
F2
op
F4   E5
op
F3
9e
,,
E4
nt.
E7 F8
nt.
E7   31e
,,
G1
,,
G2   F3
,,
D4  
10e
,,
0 -
0
    H7
op
H6   32e
,,
E3
nt.
D4   F6
nt.
D4  
11e
,,
F1
op
E1   0-0
-0
    33e
,,
C1
op
E1   D6
op
D5  
12e
,,
C1
,,
E3   E7
op
F6   34e
,,
E1
,,
E6   C5
,,
C4  
13e
,,
C3
,,
B5   F5
nt.
C2   35e
,,
E6
,,
C6 C7
,,
B8  
14e
,,
A1
,,
C1   C2
op
F5   36e
,,
G2
,,
F3   D4
,,
C5  
15e
,,
F3
op
D4   C6
nt.
D4   37e
,,
F5
,,
E6   C5
,,
E7  
16e
,,
B5
nt.
D4   F5
op
D7   38e
,,
H2
,,
H4   E7
,,
F6  
17e
,,
B2
op
B4   G8
,,
E7   39e
,,
H4
,,
H5   C4
,,
C3  
18e
,,
B4
,,
B5   C8
,,
B8   40e
,,
F3
,,
E2   D5
,,
D4  
19e
,,
D4
,,
E6   D7
nt.
E6   41e
,,
E2
,,
D3   B8
,,
B7  
20e
,,
C4
nt.
E6   H8
op
E8   Remise verklaart          
21e
,,
E1
op
E2 (1) E7
,,
G6                      
(1) Verkiesbaar schijnt 21. C1-C2                      
22e
,,
E6 op G4 (2) G6
op
E5 (3)                    
(2) Niet goed was 22. E6-F7, want dan                    
volgt: G6-F4 met voordeel voor zwart                    
(3) Mogt zwart nu G6-F4 spelen, kan                    
met voordeel 23 E3 nt. A7† geschieden                    

(No. XC. RAADSHEERSPEL)
A. en K. de Heer   De Lelie en Pinedo A. en K. de Heer   De Lelie en Pinedo
    Wit     Zwart     Wit     Zwart          
1e
zet
E2
op
E4   E7
op
E5   31e
zet
E3
op
D1   G7
op
G5  
2e
,,
F1
,,
C4   G8
,,
F6  
Het bevreemd ons, men niet eerder
3e
,,
D2
,,
D3   F8
,,
C5  
naar het hoofddoel van 't spel:
4e
,,
G1
,,
F3   D7
,,
D6  
den koning in 't nauw te brengen
5e
,,
C2
,,
C3   H7
,,
H6  
getracht heeft!
6e
,,
0-0       0-0       32e
,,
A1
,,
B1   G5
,,
G4  
7e
,,
B2
op
B4   C5
op
B6   33e
,,
B1
,,
B3   H6
,,
H5  
8e
,,
C1
,,
B2   A7
,,
A5   34e
,,
F3
nt.
G4   H5
nt.
G4  
9e
,,
A2
,,
A3   C7
,,
C6   35e
,,
B3
op
G3   G8
op
H8  
10e
,,
C4
,,
B3   B8
,,
A6   36e
,,
H2
,,
H3 G4
nt.
H3  
11e
,,
B1
,,
D2   D8
,,
E7   37e
,,
G3
nt.
H3 F7
op
H7  
12e
,,
D2
,,
C4   B6
,,
C7   38e
,,
H3
nt.
H7   F6
nt.
H7  
13e
,,
C4
,,
E3   C8
,,
E6   39e
,,
C2
op
B3   E8
op
G6  
14e
,,
B3
nt.
E6   F7
nt.
E6   40e
,,
D2
,,
F1   F8
,,
G8  
15e
,,
D1
op
C2   D6
op
D5   41e
,,
G2
,,
G3   G8
,,
A8  
16e
,,
A1
,,
E1   F8
,,
F7   42e
,,
E1
,,
E2   H7
,,
F6  
17e
,,
F3
,,
D2   A8
,,
F8   43e
,,
B3
,,
B7   A8
,,
D8  
18e
,,
C2
,,
D1   F6
,,
H7   44e
,,
C1
,,
D2   G6
,,
E8  
19e
,,
F2
,,
F3   C7
,,
B6   45e
,,
D2
,,
G5   D6
,,
E7  
20e
,,
B4
nt.
A5   B6
nt.
A5   46e
,,
E2
,,
H2 H8
,,
G8  
21e
,,
D2
op
B3   A5
op
C7   47e
,,
H2
,,
H6   E8
,,
F7  
22e
,,
E3
,,
C2   A6
,,
C5   48e
,,
B7
,,
C7   A4
,,
C3  
23e
,,
C2
,,
E3   C5
,,
A4   49e
,,
C7
nt.
E5   C3
nt.
E4  
24e
,,
D1
,,
C2   C7
,,
D6   50e
,,
G5
,,
F6   E4
,,
F6  
25e
,,
E1
op
A1   H7
,,
F6   51e
,,
D1
op
F2   F7
,,
G7  
26e
,,
B2
,,
C1   B7
,,
B5   52e
,,
E5
nt.
E6 G7
op
F7  
27e
,,
F1
,,
E1   C6
,,
C5   53e
,,
E6
op
F5   G8
,,
G7  
28e
,,
C3
,,
C4   B5
nt.
C4   54e
,,
F2
,,
G4   D8
,,
D6  
29e
,,
B3
op
D2   E7
op
E8   55e
,,
G4
,,
E5   F7
,,
E6  
30e
,,
D3
nt.
C4   D5
,,
D4  
Zwart heeft gespeeld: 55e zet: F7-E6. zie de afbeelding


SchaakdiaArisdeHeer
Wit geeft in zes zetten mat.



Wit geeft in zes zetten mat.
Het vervolg is in Sissa niet te vinden maar Aris en Klaas winnen als volgt:
56. F5-G6† G7-F8 57. H6-H8† f6-g8 na e6-g8 volgt h8xg8†, f6xg8 en g6-f7 mat. 58. E5-D7† D6xD7 op e6xd7 volgt g6xg8 mat 59. G6xE6 F8-G7 zwart heeft niets anders 60. H8xG8† G7-H7 61. E6-G6 mat.

In 1861 vergezelde hij zijn zoon Klaas naar Rotterdam, 12 juli-14 juli, waar Klaas op 14 juli tegen de officieuze wereldkampioen Anderssen twee partijen speelde (1x winst, 1x verlies)[30].

[30] Maandblad ‘Dammen’, 1985, nr. 7, blz. 4.

Maar er is nog een bewijs dat Aris, en Klaas, het schaakspel een zeer warm hart toedroegen. Uit de Purmerender Courant van 02.05.1855:

De groote Europesche wedstrijd in het schaken om een zilveren beker, door het schaakgenootschap
te Leipzig uitgeloofd, is afgeloopen. Niet minder dan 226 oplossingen uit alle oorden van Europa waren ingekomen, waarvan slechts 46 werden juist bevonden, die alzoo deel hadden aan de loting. Onder deze 46 waren ook Nederlanders, als de Redacteur van de Sissa, de Heer J.L. Bauens te Wijk bij Duurstede, de heer J. Burgin te ’s Gravenhage, en de heeren A. en K. de Heer (vader en zoon) uit de Beemster; terwijl de heer C. Messemaker te Gouda slechts eene verzegelde oplossing ten fine van expeditie had ingezonden en de oplossing van het schaakgenootschap Vriendschap en oefening te Alkmaar te laat was ingekomen. Het lot was ons vaderland bijzonder gunstig; het wees den beker toe aan den heer J.L. Bauens Honorair lid van het schaakgenootschap “Sissa” te Wijk bij Duurstede, en vermits de heer Bauens zijne oplossing, even als de Redacteur van de Sissa, ten voordelen van dat genootschap had afgestaan, zoo is de beker in het bezit gekomen van de Schaakvereeniging Sissa, die daardoor eene Europesche vermaardheid heeft gekregen.


  • De hekstellingstand
In de tijd van Aris was het noteren van dampartijen niet gewoon en het is daarom niet verwonderlijk dat er geen partijen of partijstanden zijn overgeleverd. Toch dook in 1906 plotseling de volgende stand op:

14080423082

In bovenstaande stand wint wit op prachtige wijze door 48-43 (26x37) 47-42 (37x48) 28-22 (17x28) 33x22 (24x42) 22-18 (13x22) 43-38 (42x33) 39x06 (48x30) 35x02!!! (N.B. de stand is bijoplosbaar door 49-43, 48-42, 36-31, 47-42, 28-22, 33x22, 22-18, 43-38, 39x06, 35x02). Het Damspel publiceerde in 1906 in het 2e nummer de stand bij het artikel over Aris de Heer met als bijschrift: ‘In dezen stand, deed Aris de Heer een schitterende combinatie, waarmede hij de partij uitmaakte’. Suggestief onder dit bijschrift: Middenbeemster 28 Sept. 1874. J. Bouman[31].
Deze stand heeft, mede door de strijd tussen de dambonden van J. de Haas en C.H. Broekkamp[32], heel wat stof doen opwaaien. Zonder verdere toelichting plaats Het Damspel in het volgende nummer de oplossing (de bijoplossing werd niet genoemd).

[31] Deze opmerking slaat echter op het gedicht dat op dezelfde bladzijde is afgedrukt
[32] In 1911 kwam het tot een fusie tussen de twee dambonden.

In ‘De Amsterdammer’ van 15 september 1907 komt C.H. Broekkamp op deze stand terug:

‘…Ik stond dan ook verbaasd toen, ten vorige jaren (Broekkamp verwijst naar Het Damspel) plotseling een stelling of combinatie verscheen, met daarbij het bericht, dat deze afkomstig was van Aris de Heer, en door hem uitgevoerd in een spelende partij. Wetende tot welke onjuiste voorlichtingen dikwijls onbeschroomd wordt overgegaan, kon ik niet anders dan ook hier de juistheid in twijfel trekken; te meer daar ik reeds veel werk had besteed aan het zoeken naar schriftelijke overblijfselen van dien meester, echter zonder gevolg. Nu ben ik een té groot minnaar van dit spel, en zijn geschiedenis interesseert mij te veel, dan dat ik het hierbij mocht laten. Ik ging onmiddellijk op onderzoek uit en sprak hierover in den eersten plaats met een zoon van bedoelden meester, de alom bekend en geachte Jan de Heer, voorzitter van de Beemster Damclub. En wat bleek nu? Volgens verklaring van deze waarheidlievende dam-amateur wist hij, noch zijn geheele familie, van het bestaan dier zet iets af. Als wij nu weten dat vrijwel alle kinderen en kleinkinderen grote minnaars zijn of waren van het damspel en velen hunner geroutineerde spelers, en zij toch totaal onkundig zijn gebleven van het bestaan eener schitterende combinatie, welke door hun vader of grootvader zou zijn uitgevoerd terwijl deze nimmer met hen hierover heeft gesproken, noch hen hiermede in kennis heeft gesteld, moet bedoeld bericht ons toch wel ongelooflijk toeschijnen, nietwaar? Het enige wat ik hieromtrent nog kon vernemen was, dat ook de familie mededeeling had ontvangen, dat deze stelling door een dam-amateur (de naam werd mij ook genoemd) was aangeboden’.

Op 31.07.1909 plaatst Ph. L. Battefeld de stand in zijn pas geopende damrubriek in de Telegraaf. Zonder op de voorgaande discussie in te gaan vermeldt hij opnieuw dat de combinatie is utgevoerd door Aris de Heer. De stand krijgt ook een plaatsje in de damrubriek van het ‘Zaansch Nieuws- en Advertentieblad’ van 10 Augustus 1909.
Broekkamp klimt opnieuw in de pen[33] en noemt de naam van de persoon die de stand heeft aangeboden: Willem Vijn uit Hoogwoud, de penningmeeester van de Nederlandsche Dambond.

[33] Zaansch Nieuws- en Advertentieblad 17 augustus 1909. Reactie op het plaatsen van de stand door Battefeld en het ZNAB op 10 augustus 1909.

Hooggeachte Damredactie!
Het is naar aanleiding van de in uw gewaardeerde rubriek overgenomen slagzet uit >het N.v.d.<, zogenaamd afkomstig van den beroemden Hollandschen dammer Aris de Heer, van wien in mijn boek >De Damspeler< een uitvoerige biographie wordt gegeven, dat ik een klein plaatsje verzoek voor het onderstaande, ten einde uw lezers den juisten stand van zaken eens voor te leggen. Bij voorbaat vriendelijk dank.
Kort na de oprichting van het maandblad >Het Damspel< door het Ver. Amst. Damg. In 1906, verscheen daarin dezelfde slagzet. Sedert jaren bekend met de familie De Heer, had ik te voren hen meermalen gevraagd of vader De Heer niets op damgebied had nagelaten, waarop ik steeds ten antwoord kreeg, dat niemand hunner iets bezat. Als men nu weet, dat bijna alle zoons en kleinzoons bekwame spelers zijn of waren, en zij het spel dus grootendeels van dien meester moeten geleerd hebben, ligt het voor de hand dat deze slagzet ook wel eens zou zijn aangetoond, niet waar?
Toen nu bedoelde slagzet plotseling in genoemd dagblad verscheen, waren allen met mij zeer verbaasd. Ik stelde mij weder onmiddellijk in verbinding met de familie, daar ik hoopte er thans meer voor den dag zou komen, hetgeen elk Hollandsch amateur zeker zou verheugd hebben, en niet het minst mijzelf, die steeds zoekt naar materiaal voor de geschiedenis van ons geliefd spel. Helaas, ook nu weder ontving ik dezelfde mededeling, en wel van niemand minder dan van den heer Jan de Heer, zoon van dien veteraan en voorzitter van de ‘Beemster Damclub’. Ten overvloede verklaarde de kleinzoon van genoemde Aris, en zoon van den alom bekenden meester Klaas de Heer, dat die zet niet van grootvader kon zijn, daar nimmer diens manier van spelen zulks aanbood. Ik gaf hiervan een breedvoerig verslag in mijn rubriek van 15 Sept. 1907[34] en meldde tevens daarbij dat de herkomst mij ook bekend was, zonder den naam te noemen. Nu ik evenwel zie dat de heer Battefeld niet schroomt nogmaals dezelfde aanbieding te doen in >het N.v.d.D.<, hoewel hij destijds goede nota van mijn schrijven heeft genomen, acht ik mij verplicht den juisten stand van zaken uwe lezers voor te houden, en daaraan thans nog toe te voegen, dat deze slagzet indertijd den heer Battefeld als redacteur van voormeld damblaadje werd aangeboden door den heer Vijn van Hoogwoud, veronderstellende dat hij van Aris de Heer afkomstig zou zijn, zonder evenwel ook maar het kleinste bewijs hiervoor te leveren.
Ter wille van de geschiedenis de waarheid steeds bovenal stellende, deel ik u dit mede.
Met vriendelijke damgroeten,
Amsterdam, 13 Aug. 1909 C.H. Broekkamp

[34] De Groene Amsterdammer

1407671887
Nieuws van de Dag – 31.07.1909 – deel van de damrubriek.

De discussie werd in het verleden regelmatig opnieuw gevoerd, o.a. naar aanleiding van artikelen in Trouw[35] en het blad ‘Dammen’ waarin Jan Wielaard in de nrs. 7,8,9 en 10 uit 1985 een vierdelige serie plaats over Klaas de Heer. Uiteraard komt de stand ook ter sprake. Jan Wielaard grijpt terug op artikelen in Het Damspel 1906, 1957 en 1958 en ‘De Amsterdammer’ 1907 en gaat dan uitvoerig in op de persoon Jacobus Bouman (1799 – 1877) en noemt o.a. de betekenis van Bouman voor de Beemster. Uit de gegevens blijkt dat Bouman een zeer betrouwbaar persoon is en schrijft dan:

[35] Datum + het damspel + reactie van ben springer

‘als historicus, damliefhebber en verslaggever, zou Bouman als enige, in een tijd dat de andere dammers geen aantekening maakten van hun partijen, misschien wel een beroemde combinatie hebben willen noteren. Feit blijft echter óók dat de hele familie De Heer aan het begin de vorige eeuw nergens van af wist’. Waar komt de stand dan vandaan? Oud-wereldkampioen Ben Springer zegt in Het Damspel van september 1958 de stand ‘op diverse manieren in onze literatuur te hebben aangetroffen’. Springer houdt de zaak dan ook voor een stuk geschiedvervalsing. In de damliteratuur vóór 1874 is de stand echter niet te vinden’ en besluit met ‘Na ruim 110 jaar lijkt het raadsel van de hekstellingsstand nog steeds niet opgelost’.

Door de goede contacten van C.H. Broekkamp met de familie de Heer en het feit dat de familie absoluut niet op de hoogte was van deze stand, is het mijn inziens niet logisch om deze stand aan Aris toe te schijven. De stand staat ook afgebeeld op de 1,5m. hoge tekening die in de hall van Het Heerenhuis hangt.

14.3. OVERLIJDEN
De overlijdensadvertentie in de Purmerender Courant maakt melding van een kortstondige ziekte:

Heden overleed, na eene kortstondige ziekte, mijn geliefde echtgenoot ARIS DE HEER, in den ouderdom van ruim 68 jaar.
BEEMSTER Ne. De HeeR
15 mei 1874 geb. BEETS

63212fe9-d1c9-98fb-30b8-7669d4cdab4a 

Er was geen testament, wel waren er in 1826 en 1841 huwelijkscontracten opgemaakt. Zijn overlijden gaf problemen. Recht op de erfenis hadden zijn tweede vrouw en de nog levende 10 kinderen uit de twee huwelijken. Vandaar dat de bezittingen, op verzoek van de weduwe, op 10 juni 1874 door notaris J.C. Pan uit Avenhorn[36] werden getaxeerd en een openbare verkoping liet voorbereiden.
[36]   Notariële akte 17 September 1874 (nr. 195). Notaris Joan Cornelis Pan, Avenhorn

23Purmerender Courant 9 september 1874.
Openbare Verkooping in de Beemster. 
De erven van den Heer A. de Heer, zijn voornemens om, op Maandag, den 14 September 1874, des vóórmiddags ten 11.ure, in het locaal “Het Heerenhuis’, aan de Middenbeemster,
1e. in het openbaar te verkoopen:
No. 1, de gunstig bekende BOEREN-HOFSTEDE aan het Noordeinde van den Jisperweg en hoek van den Noord-Omringdijk, in de Beemster, met derzelver kapitale welingerigte Huismanswoning, Schuur, Erve, Boomgaard, Melkhok en daaraan verbonden percelen uitmuntend vruchtbaar Weiland, te zamen groot 17 Bunders, 61 v.k. Roeden, 20 v.k. Ellen, belend met den Jisperweg, den Noord- en West-Omringdijk, het volgende perceel en den heer W. Duin.
No. 2, de mede gunstig bekende BOEREN-HOFSTEDE, genaamd “het Hofje” aan den West-Omringdijk, in de Beemster, met derzelver kapitale welingerigte Huismanwoning, Schuur, Erve, Boomgaard, Moestuin en daaraan verbonden percelen hoogst vruchtbaar Weiland, te zamen groot 9 Bunders, 62 k.v. Roeden, belend met den West-Omringdijk, het het vorige perceel en den Heer W. Duin.
No. 3, en een kavel uitmuntend Weiland, (aan te bieden in twee percelen en in massa) aan den Noord-Omringdijk, nabij perceel No. 1 en strekkende tot aan den Vrouwenweg, in de Beemster, groot 6 Bunders, 82 v.k. Roeden, 50 v.k. Ellen, belend met de Heeren J. Oudejans, J. Luken en A. Gorter.
2e En na afloop van den verkoop, voor den tijd van 3 maanden, ter beweiding met Wolvee, in het openbaar te verhuren: acht percelen Weiland, te zamen groot 25 Bunders, 94 v.k. Roeden , 10 v.k. Ellen, deel uitmakende van de landerijen hiervoor onder Nos. 1 à 3 vermeld.
Alles breeder bij biljetten omschreven. Inlichtingen verkrijgbaar ten kantore van den Notaris J.C. PAN, te Avenhorn.

De taxatie duurde van zonsopgang tot zonsondergang; de publieke veiling nam 4 dagen in beslag en werd gehouden in ’t Heerenhuis in Middenbeemster van 14 t/m 17 september. Klaas de Heer kocht de befaamde ivoren damschijven van zijn vader aan voor nlg 13,75 en zijn halfbroer Cornelis betaalde voor een dambord (met zilveren hoeken?) en damstukken nlg 3,60. Een kennelijk eenvoudiger uitgevoerd schaakspel bracht nlg 1,00 op, gekocht door Klaas Meijer. Een reserve dambord, gekocht door Klaas Weeshof in de Beemster, en schijven, gekocht door Cornelis de Heer, gingen voor respectievelijk nlg 0,90 en nlg 0,60 van de hand. De verkoop van de 2 boerderijen, grond, inboedel en schuldvorderingen bracht ongeveer nlg 150.000,00 op[37]. Tijdens de inventarisatie[38] legde de notaris o.a. het volgende vast:

In de gang: in de 2de vaste kast een mangelplank, een dambord en een schaakbord met toebehooren – schatting F 4,00.

In het overlijdensbericht dat in Sissa[39] werd geplaatst staat abusievelijk vermeld dat Aris de Heer aan een schaakwedstrijd in 1851 deelnam, dit was echter zijn zoon Klaas de Heer.

De overledene was een goed schaakspeler, getuige den wedstrijd in 1851 te Amsterdam[40], maar het dammen was steeds zijn geliefkoosde spel, en hij was daarin zóó ervaren, dat hij, hoewel iedere damspeler van naam opzoekende, en zelf van alle kanten opgezocht wordende, steeds in iedere strijd overwinnaar is gebleven!
[37]   Hoofdlijn nr. 16
[38]   Notariële akte 10 Juni 1874 (nr. 144). Notaris Joan Cornelis Pan, Avenhorn
[39]   Sissa – 187, blz. 155
[40]   Hier maakt de redactie een fout. Klaas de Heer speelde mee in Amsterdam 1851    Aangegeven door R. Jansen in ‘Schatplichtig aan Caïssa’ - 1992

AdeHeeroverlijdenSissa
SISSA – 1874, blz. 155

In de editie van 1 november 1874 van de ‘Purmerender Courant’ verscheen het volgende gedicht [41]:

De damkunst telt als wetenschap
In heel de rei van hare vrinden,
Slechts enklen die den hoogsten trap
Van kunstgenoegen in haar vinden.
Wel wordt ze als tijdverdrijf geacht,
Als kunt slechts al te schaars betracht.

Van Embden kon met recht den naam
Van damspel groote meester dragen;
Zijn schrandere pen zoo juiste bekwam
Deed lang nog van zijn roem gewagen.
Nog altijd spreekt het nageslacht
Van wat zijn kunst heeft voortgebracht.

De Heer vol ijver, moe noch mat
Heeft nooit in ’t spel zijn man gevonden;
Met wien hij ook in ’t strijdperk trad,
Geen die hem overwinnen konde.
Een halve eeuw met kracht omgord,
Bleef hij den meester op het bord.

Hoe menigmaal, soms ver van hier,
Zag men hem op het damveld strijden;
Bedaard en vlug en sterk en fier,
Mocht hem somtijds een spelle ontglijden;
Als zulk een strijd was afgestrệen,
Ging hij toch als verwinnaar heen.

Middenbeemster 28 Sept. 1874 – J. Bouman[42]

[41] Ook geplaatst in Het Damspel 1906, blz. 31
[42] Dam-Eldorado, 1988, nr. 5, blz. 10.

994f750b-041e-fda0-a0cb-289fd59bbcfc
Purmerender Cournt 01.11.1874

E.G. Dettmeijer stelde het gedicht ter beschikking van G.H. Demminck die het vertaalde en plaatste in La Gazette du Jeu de Dames van november 1886 nr. 7. [43]

[43] Blz. 113/114 Op blz. 114 staat de naam E.G. Dettmeyer onder het, nederlandse, gedicht. Dit heeft in de loop der tijden over het auteursschap enige verwarring gesticht. De vertaling van G.H. Demminck is niet in dichtvorm:
Parmi le grand nombre d ‘Amateurs du Jeu de Dames, il n’y a que bien peu, qui trouvent la vraie jouissance dans ce beau jeu, que l on regarde trop souvent, non comme une espèce d’art, mais comme un agréable passe-temps.

C’était Van Embden qui portait avec raison le nom de Grand-Maître du Jeu de Dames. Les produits de sa bonne plume parleront encore longtemps de sa gloire, et la posterité regarde encore avec reconnaissance ce que sa plume nous a laissé.

De Heer, toujours ardent, n á jamais trouvé d’adversaire qui pût lui tenir tête. Lui seul fut pendant un demi siècle sans rival sur le damier.

Que de fois, souvent loin d’ici le vit-on combattre, cale me fort, toujours habile et fin; et qu ‘une partui lui échappât, tout le monde, après la lutte, le saluait encore vaingueur.

AdeHeerGazettedeel1
AdeHeerGazettedeel2
Aangezien het gedicht kort na het overlijden van Aris verscheen, mogen we er toch wel van uitgaan dat de gegevens kloppen en dan doel ik met name op de informatie in het derde couplet. Hoe we de 1ste regel in het vierde couplet kunnen plaatsen is nog niet duidelijk. Bedoelt Bouman met ‘ver van hier’ soms Amsterdam, Rotterdam, Alkmaar (toernooien in 1835,36,39)?

In het museum ‘Betje Wolff’ te Middenbeemster bevindt zich nog een koffiepot van Aris de Heer en een schilderij, geschilderd door zijn achterkleinzoon Simon de Heer in 1953 ( zie kleurenafbeelding hiervoor)
In 1956 sloeg de bliksem in de boerderij de Boreelhoeve waar Aris de Heer heeft gewoond. De boerderij brandde tot aan de grond af en daarmee ook de historische damkamer die zich daarin bevond. Het dambord met zilveren hoeken en de bijbehorende ivoren schijven kon men echter redden. Het dambord was in 1960 in het bezit van Jan de Heer, zoon van Klaas de Heer, de oudste zoon uit het eerste huwelijk van Aris de Heer.
De invloed van Aris de Heer was in het begin van de 20e eeuw nog merkbaar. Het was niet meer dan logisch dat de in 1906 opgerichte damclub in Middenbeemster de naam ‘Aris de Heer’ aannam. In 1924 zag een damclub in Oost-Souburg (Zeeland) het daglicht en ook deze club kreeg de naam ‘Aris de Heer’ Ik vond verder nog maar 1 teken van eerbewijs: de ‘Aris de Heer’ wisselprijs die in 1906 door H.D. Salomonson te Hilversum werd uitgeloofd aan de problemist die de mooiste 3 problemen inzond gedurende de termijn Mei 1906 – 10 januari 1907. De prijs werd eigendom van hem , die 3 achtereenvolgende jaren winnaar werd of in totaal 5 maal de prijs won. De naam van de prijswinnaar werd elk jaar in het kunstvoorwerp gegraveerd. In HD 1906, blz. 85 staat de prijs, een zilveren sigarenstandaard, afgebeeld. L. Goudsmit, Amsterdam wist de prijs in 1907 te winnen, daarna was J. Noome Mzn., Purmerend de gelukkige en in 1910 G. Mantel, Hengelo. De wedstrijd bleef nog een paar jaar bestaan.

Tot slot
Gerrit Beets had veel belangstelling voor de geschiedenis van het damspel in Nederland en met name Noord-Holland. Hij correspondeerde o.a. met K.W. Kruijswijk en in Het Damspel verscheen menig artikel van zijn hand. Gedurende de jaren 1947/1953 correspondeerde hij met J. de Bruyn (1878-1862), oud-lid van Constant en later woonachtig in Zwolle, over allerlei geschiedkundige zaken. Daarbij kwam natuurlijk ook Aris ter sprake. Uit een brief van J. de Bruyn d.d. 6 juli 1948:

... En zo komen we vanzelf op de legendarische figuur van Aris de Heer. Hij was ongetwijfeld een, voor dien tijd, zeer sterk speler en een soort centralefiguur onder de vroeg-negentiende-eeuwsche spelers. Maar wat de Haas over hem schreef in de vroegsche jaargangen van het Damspel berustte voor 80 à 90% op fantasie, doch was een prachtige stimulans voor de toenmalige dammers. De Haas vertelde mij dit in de 30-ger jaren zelf. Hij heeft echter een tactisch gebruik gemaakt van deze legende.

Dat is schrikken! Gelukkig weten we nu dat Aris zeer sterk speelde, de overgeleverde verhalen kan niemand meer op juistheid checken. Zou de Haas deze echt voor een groot deel hebben verzonnen? Feit is, dat wie heden ten dage met een afstammeling van Aris in gesprek komt, de verhalen, als waren ze kort geleden gebeurd, te horen krijgt! Aris is nog steeds niet vergeten!