Clubkampioenen Excelsior                           

1911    A.van Eeuwen     1961    C.H.Kramp
1914   A.van Eeuwen   1962 t/m 1964   F.M.P.Jacobi
1915 en 1916   C.Breedijk   1965   H.Boele
1917   A.van Eeuwen   1966 t/m 1968   C.H.Kramp
1918 en 1919   C.Breedijk   1969   T.den Ouden
1920   A.Blonk   1970 en 1971   P.Swart
1921 en 1922   A.van Eeuwen   1972   T.den Ouden
1923   J.Vrolijk   1973   H.Boele
1924 en 1925   A.Blonk   1974   P.Swart
1931   J.Schoenmaker   1975   C.H.Kramp
1932   T.Baan   1976 t/m 1978   T.den Ouden
1933   E.J.Hoogerbrug   1979   P.Swart
1934   C.Blonk   1980   T.den Ouden
1935   M.J.Poot   1981   C.H.Kramp
1936   E.J.Hoogerbrug   1981 (sneldammen)   C.J.Barelds
1937   A.van Ringelenstein   1982   T.den Ouden
1938   F.M.P.Jacobi   1983   A.Blom
1939   C.Blonk   1984 en 1985   D.Dibbets
1940   F.M.P.Jacobi   1986 en 1987   F.Zaadhof
1941   A.van Ringelenstein   1988 t/m 1990   D.Dibbets
1942 en 1943   F.M.P.Jacobi   1991   C.J.Barelds
1944   A.Blonk   1992   D.Dibbets
1946 t/m 1949   F.M.P.Jacobi   1993   D.Dibbets
1950   C.H.Kramp   1994   T.v.d.Krol
1951   A.Blom   1995   T.v.d.Krol
1952 en 1953   C.H.Kramp   1996   T.v.d.Krol
1954   A.Blom   1997   R.van Es
1955 t/m 1957   F.M.P.Jacobi   1998   R.van Es
1958   C.H.Kramp   2000   T.v.d.Krol
1959   A.Blom   2002 t/m 2004   P.Swart
1960   T.Twigt   2005   M.A.Bos


 

  • F.M.P. (Frans) Jacobi 
   14 keer
  • C.H. (Kees) Kramp
  10 keer
  • T. (Tijmen) den Ouden, D. (Dick) Dibbets, P. (Piet) Swart
  7 keer
  • A. van Eeuwen
  5 keer
  • C. Breedijk, A. Blonk, A.(Adriaan) Blom, T. (Teun) v.d. Krol
  4 keer

Flitsen uit de notulen
Een bloemlezing uit de notulen van Excelsior. Het gaat hier om ontwikkelingen binnen de vereniging; de voorstellen, vragen, mededelingen, opmerkingen en besluiten, welke binnen de vergaderingen aan de orde zijn geweest.

5 januari 1915.

  • De rekening penningmeester kende over 1914 een batig saldo van fl. 17,17½. Inkomsten bedroegen fl. 56,15 en de uitgaven fl. 38,97½.
  • Een bijzonder voorstel wordt aangenomen: “Degene, die op de speelavond tussen 19.00 en 22.30 uur gaat biljarten, moet een boete van fl. 0,25 betalen”.                                                                                                                   

1920. (Uit:  “Het Damspel” en eigen notulen)

  • Excelsior bedankt tijdelijk (3 jaren) als lid van de Nationale Dambond. Van alle leden werd een extra heffing van fl. 2,00 gevraagd om het landelijk tekort te dekken. Of... speelde hier de kwestie mee van het mogelijk verplicht om op de zondagen competitiewedstrijden te spelen ?

1923.

  • In dit jaar wordt voor het eerst gesproken over de mogelijke aanschaf van damklokken. Het kostenaspect wordt bekeken.                                                                                                                

13 januari 1931.

  • De jubileumcommissie deelde mede, dat de feestavond t.g.v. het 25-jarig jubileum “waarlijk geslaagd” was.

12 mei 1931.

  • De groepswinnaars wonnen geldprijzen (fl. 2,00)

5 januari 1932.

  • Batig saldo bedraagt f. 33,23.
  • Bij de rondvraag wordt het verzoek gedaan om tijdens het reizen per auto naar een wedstrijd niet in de auto te roken, daar men tijdens het spelen dan nog veel overlast ondervindt van het rook in de ogen.

29 augustus 1932.                                    

  • Batig saldo bedraagt fl.  6,23.
  • Eventueel geld boven de f 10,00 wordt gestort op de Boerenleenbank.
  • Besloten wordt om ten behoeve van zaalhuur en contributie van de werklozen een bus op tafel te plaatsen (vrijwillige bijdrage)

2 mei 1937.

  • Excelsior telt 28 leden en heeft 13 borden ter beschikking
  • 1e prijs:    Waschstel met po.
  • 2e prijs:    Doos sigaren en flacon Eau de cologne.
  • Wereldkampioen Springer verzocht middels een brief een simultaan te spelen met voorwaarde, dat 15 borden aan leden moesten worden verkocht a f. 0,20 en 20 borden aan niet-leden a f. 0,25.

2 mei 1939.                                            

  • Om als lid toe te treden dient men minimaal 16 jaar te zijn.

28 mei 1940.

  • Het bestuur zal op verzoek van de ledenvergadering een gesprek aangaan met de Ortskommandant om toestemming te krijgen na 22.00 uur over straat te mogen.
  • Besluit dat bij “hang”partijen de sluitzet aan de secretaris wordt afgegeven.
  • Er moet een nieuwe speelzaal worden gezocht. Het liefst een zaal alleen voor dammers. Eerste prioriteit is om te dammen, maar de aanwezigheid van een biljart wordt zeer op prijs gesteld.

28 augustus 1945.

  • Besloten wordt tot 1 verliespunt bij niet opkomen zonder afzegging. Dit in plaats van de wedstrijd als verloren te verklaren.

23 september 1947.

  • Excelsior is in het bezit van de 1e damklok. (In 1949 zal de club over 10 klokken beschikken)
  • Springer schreef de club voor de zoveelste keer aan om een simultaan te mogen verzorgen. In verband met de (toen) hoge financiële eisen werd hier niet meer op in gegaan.

10 mei 1949.

  • Na discussie werd besloten, dat de spelers aan de borden 1 t/m 15 op de klok moeten spelen.

10 mei 1950.                                        

  • Op voorstel van Kees Blonk en Kees Kramp wordt besloten, dat alle spelers van de klok gebruik moeten maken.
  • Notatie is nog steeds niet verplicht.

9 mei 1956.

  • Vergoeding bestuursvergadering werd bepaald op fl. 2,50.
  • Kosten feestavond (50-jarig jubileum) fl. 1.006,-. Er was wat geld over en er werden 10 nieuwe damborden en schijven aangeschaft.

6 mei 1959.

  • De 3 hoogste borden van de competitie vormen voor het komend seizoen de arbitrage-commissie, die afgebroken partijen moet beoordelen. 
11 mei 1960.                                         
  • Een speler, die in 1 seizoen meer dan 10 plaatsen zakt, is bij voorbaat, in welke poule dan ook, uitgesloten van een prijs.

10 mei 1961.

  • Besloten wordt dat een speler niet meer tegen 2 spelers tegelijk speelt.

19 mei 1964.

  • Excelsior gaat ca. 3 maanden een vrijage aan met de schaakclub. Uiteindelijk levert dat problemen op. 

23 augustus 1971.

  • Mededeling dat Ton Sijbrands t.g.v. het 60-jarig bestaan van de KNDB in Waddinxveen een simultaan speelt tegen clubdammers en huisdammers. De gemeente Waddinxveen neemt de kosten voor haar rekening.

28 augustus 1973.

  • Excelsior is in het bezit van een magnetisch demonstratiebord.
  • Een zeer korte vergadering en voor de rondvraag meldde zich alleen erelid W. van der Heijden: “Voorzitter, zullen we koffie bestellen?”  

26 augustus 1982.

  • Besloten wordt dat – los van wel moyennesysteem dan ook – met ingang van het seizoen 1982-1983 in de voorronde minimaal 18 partijen moeten worden gespeeld.

1 september 1988.

  • Besloten wordt dat in de voorronde minimaal 18 partijen moeten worden gespeeld om sowieso in de finalegroepen te kunnen worden ingedeeld. Tevens het besluit om dit voor de komende 5 seizoenen vast te houden

Fragmenten  damtechniek  uit  de  clubbladen  1992 – 1996

Bijzondere slagzetten of “coupes” in de opening.
In damboeken staan veel coupes (typeslagzetten) vermeld. De meeste openingsslagzetten worden binnen de 8e tot de 15e zet na aanvang van de partij uitgevoerd.  

Coup  Chevron
Na de openingszetten  1.33-28  18-23   2.39-33  17-21   3.43-39  20-24   4.31-27  11-17 5.34-30  7-11   6.37-31 ?  en nu dan heel fraai 6...24-29 !   7.33x24  13-18   8.24x22  8-13   9.28x8  17x26  10.8x17  21x25

Coup  de  Mazette
Hier volgde na  1.34-30  17-22   2.30-25  18-23   3.31-26  12-18   4.40-34  7-12 5.34-30  12-17   6.39-34  1-7  ?   7.26-21  17x26 (wat anders ?)   8.32-28  23x32 9.37x17  11x22   10.30-24  19x28   11.36-31  26x37   12.41x1.

Coup  de  Pointe  Henri  Chiland
Weer een mooie na 1.32-28 16-21 2.37-32 21-26 3.42-37 18-22 4.32-27 13-18 5.47-42 20-24 6.34-30 20-24 7.30-25 17-21! 8.25x23 21x32 9.28x17 12x21 10.38x16 18x47.

Uit Excelsior’s onderlinge competitie 1981.

​Adriaan Blom  –  Teun Twigt

blom twigtAdriaan Blom (wit) vervolgde hier met  5.37-31.

Dan haalt Teun Twigt verrassend uit met de niet

direct verwachte zet  5....24-30.

    

Fraaie schijfwinst bereikt hij via:
6.35x24  20x29  7.34x23  22-27  8.32x21  16x27
9.31x22  13-18  10.22x13  9x29
11.33x24  17-21  12.26x17  11x35.


Coup  Stolp
Hier wint wit na een wat gekke opening. 1.33-28 18-23 2.39-33 12-18 3.44-39 7-12 4.31-27 20-24 5.37-31 20-24 6.34-30 17-21 7.50-44 1-7 8.28-22 12-17? 9.33-29 17x26 10.30-25 en altijd 25x1.
 

Het  eindspel
In veel damboeken is de fase van het eindspel veelvuldig beschreven. Zeker in het geval er 1 of meer dammen op het bord staan, zijn de mogelijkheden groter dan menig dammer denkt. Eindspelen kennen vaak verrassende wendingen en dat bepaalt soms direct het verschil. 
De 1e en 2e opgave: Wit aan zet en wint.
De 3e opgave: Wit forceert remise (I. Weiss)

eindspel1 eindspel2 eindspel3
Eenvoudig en toch verrassend 13-9
(14x3), 35-19!
Met 25-20 beperkt wit de
bewegingsvrijheid van zwart.
Na zwarts (46-5) volgt 6-1 (5-46)
– gedwongen, want zwart mag niet los
staan op de lange lijn.
Verder verloop is: 1-40 (46-5), 40-44
–een afwachtende tempozet (5-46),
44-35 en de vangstelling is voltooid.
Wit forceert hier de remise. 34-29
(24x33),  48-43 (38-42)  wat anders? 
49-44 (33x50), 43-38 (42x33)  en dan
25-20. De weg naar dam is nu vrij.


Variatie  aan  bijzondere  slagzetten
Het damspel kent veel slagzetten en de meeste zijn bekend bij de clubdammer, zoals de Coup Philippe en het zetje van Weiss.  Er zijn slagzetten met fantastische naamgevingen.
Als voorbeeld de “Coup du triangle lateral”  (de slag van de zijdelingse driehoek)
Of de “Coup du Fondeur de Cloches” (Klokkengieterszet).

Onderstaand dus een greep aan mooie coupes.

Coup Manoury
Zwart         2, 7, 15, 18, 19, 20, 24, 25, 26, 30
Wit        28, 29, 33, 35, 37, 38, 41, 43, 45, 48
Wit slaat toe als volgt:  37-31, 28-23, 43x34, 48x37, 35x24 en de klapper 45x1!

Coup de Coe (Of een probleem van J.W. van Dartelen ?)
Zwart        6, 8, 9, 10, 11, 18, 22, 23, 24, 28,29, 39
Wit        17, 25, 32, 35, 37, 38, 40, 41, 47, 48
Wit wint      48-43, 40-34, 35-30, 30x17, 25x5

Coup de Balancement (Schommelslag)
Zwart        1, 9, 12, 13, 16, 19, 29, 35 en 36
Wit        21,22,27. 32, 40, 41, 43, 47 en 49
Wit wint via   44-40, 39x30, 49-44, 38-33, 331x31, 3x45

Coup du Fondeur de Cloches (Klokkengieterszet)
Zwart        18, 19, 26, 27, 29, 45 en dam op 24
Wit        37, 38, 39, 43, 44, 47, 48, 50
Wit wint via   44-40,  39x30, 50-44, 38-33, 33x31, 47-41, 48x37

Coup de la Lunette
Zwart        2, 4, 6-11, 13, 15-17, 19, 23, 26    
Wit        25, 27, 31, 34-38, 42, 43, 45-49
Oplossing    27-22, 34-29, 37-32 (28x37), 38-32, 46-41, 41x1

Coup Gregoir
Zwart        13, 14, 16-19, 24, 29
Wit        26-28, 30, 32, 33, 35, 36, 39
Wit wint  met 28-23, 30x8, 27-21, 39-33, 8-3, 27-31 (de beste), 3x6, 18-23, 36x27, 23-29, 6-1, 29-33, 1-23, 37-42, 23-28, 33x31, 26x48

Coup  Majuscule
Zwart        1, 8-10, 16, 19, 27, 33
Wit        17, 18, 26, 36, 40, 41, 42, 47
Winst via        36-31, 26-21, 42-38, 47x38, 17-12, 12x5, 5x2  of  5x3

Coup de Trombone
Zwart        9, 14, 15, 18, 26, 28, 35, 36, 40
Wit        24, 25, 30, 37, 38, 41-43
Het is uit met  37-31, 38-33, 33x4, 4-22, 22x10, 25x1

Problematiek  uit  oud  tijdschrift
Rond 1985 kwamen wij bij toeval in het bezit van alle uitgaven van “De Wacht”.
Een weekblad voor de gemobiliseerde weermacht en het Nederlandsche volk.
Er verschenen 26 edities van 18 november 1939  tot en met 11 mei 1940.  Elke uitgave kende een damrubriek en daarin werd veel “oude problematiek” gevonden.  Hier dan 3 opgaven. 

De auteur is S.van Duyn. 
32-28  37x46, 38-32  27x38,  30-24 
46x30, 35x42 en uit. Niet moeilijk, wel
verrassend en grappig.

De auteur is M.Vasseur (Amiens)
De winst wordt ingezet met 39-33 
26x37, 33-28  22x33,  50-45 en
daarmee is deze vangstelling gebouwd.

Zwart denkt het verloren stuk terug te
winnen? Dan eenvoudig en verrassend
komt wit met: 28-23 19x37, 48-42 
37x48, 26-21 48x19, 21x23 en winst.

 

Geschiedenis van het Damspel
Tussen 1600 en 1800 werd het damspel in Holland vrij intensief beoefend.
Dat bleek bij onderzoeken in notarisprotocollen van Rijks- en Gemeentearchieven in de 20 er en de 30 er jaren. Tot 1650 werd gespeeld op het schaakbord.
In die tijd mocht een schijf alleen vooruit slaan.
Het moderne damspel werd in Nederland voor het eerst in de 17e eeuw gespeeld.

Het West-Fries Museum in Hoorn bewaart het oudste 100-ruiten bord, dat we kennen, namelijk uit 1696.
De oudste dambordverkoping zou dateren van februari 1599.

De meeste mensen zullen wel eens op de een of andere manier met het damspel in aanraking zijn gekomen. In enkele gevallen zal dat contact meer dan oppervlakkig zijn geweest. Maar menigeen, die door de een of andere bijzonderheid door het spel wordt geïmponeerd, zal zich ontpoppen tot een enthousiaste beoefenaar.

Voor de liefhebber is het damspel zeker een enthousiast spel. Er zit veel meer in dan men bij de opstelling van de stukken zou verwachten. Dat enthousiasme groeit meer en meer naarmate men de onbegrensde mogelijkheden (en daardoor de schoonheid van het spel) gaat ontdekken.

In de loop der jaren zijn veel er veel theorieën over het ontstaan van het damspel.
De gesprekken daarover ontaardden vroeger vaak in verhitte discussies.
Het meest overtuigend lijkt een hypothese van Dr. A. v.d. Stoep, die langdurig en diepgaand onderzoek heeft verricht.

Enkele theorieën dan.
Alquerque
(= schijfspel) voorloper van het damspel?

Uit archeologische vondsten is gebleken dat reeds lang voor onze tijdrekening een soortgelijk bordspel bestond. De oudste vondst is een lemen bord, verdeeld in ruiten.
Het spel werd gespeeld met een aantal kegelvormige figuren ('Damas' of 'Heilige Steen’). Dit oud-Egyptische bordspel, dat zich later ontwikkelde tot het bordspel Alquerque, is vermoedelijk zo'n 5000 jaar oud.
In elk geval zijn er voorlopers van Alquerque borden gevonden, ingegraveerd in de stenen, die het dak vormen van de grote tempel in Kurna, Egypte, die gebouwd werd ca.1400 voor de jaartelling.

Van dit spel is bekend, dat het in de 13 eeuw in Spanje werd gespeeld.

De ouderdom van het damspel wordt ook bevestigd door de opgraving van het graf van Toet-anch-Amon, waarin een dambord werd aangetroffen. Dit graf werd in 1933 in Luxor – een stad aan de Nijl - ontdekt door een Engelse archeoloog.

Zo zou Egypte dus als bakermat van het damspel kunnen worden beschouwd?
Er is verondersteld, dat onder de 12e Dynastie der Farao’s van Memphis het spel is uitgevonden door 2 slaven, die werkzaam waren bij de bouw van piramides.   

Het spel moet toen zijn gespeeld op een bord met 25 bespeelbare velden en 5 stenen voor elke speler. In eerste instantie werd dit spel mogelijk dus “Damas” genoemd, later kwam de term “Alquerque”.

Alquerque lijkt in 2 opzichten sterk op dammen:

  • Het slaan gebeurt op identieke wijze en bij dit spel is het evenals bij het “dammen” gewonnen, wanneer de tegenstander alle schijven kwijt is of in het geval, dat al zijn schijven vast staan.
  • Er is ook een principieel verschil tussen dammen en alquerque; de schijf, die bij alquerque de achterste rij bereikt, is nutteloos geworden                                                

Begin 12e eeuw werd dit spel gemoderniseerd. Aanvankelijk spelend op een schaakbord met elk 12 schijven. Later, zo rond 1535, werd het sprongsgewijze slaan en de slagverplichting in Frankrijk ingevoerd.
De naam van het spel werd: “Le Jeu Plaisant de Dames’, kort gezegd Jeu Plaisant.

Een in Parijs wonende Pool zou in 1723 nog enkele aanpassingen hebben gedaan?
Er werd vanaf dan gespeeld op een bord met 100 velden en beide spelers speelden met 20 schijven. Sindsdien wordt dit het “Pools damspel” genoemd.

De vermaardste dammer van die tijd was Manoury, die een café hield op de Quay de l’ Ecole in Parijs. Als eigenaar van een café was hij uitnemend in de gelegenheid om zich aan het damspel te wijden. Zijn lokaal werd snel het centrum van de damwereld in de Franse hoofdstad.

Het Pools of standaard damspel is het eerst beschreven in 1754 en wel in het 4e deel van de Franse encyclopedie van "d’ Alembert en Diderot”. De eerste publicatie was in 1770 in Parijs.

Het tweede boek over dit “vernieuwd” standaardspel verscheen in Amsterdam (1785), geschreven door Ephraïm van Emden, op het titelblad abusievelijk vermeld als “Van Embden”. 

Van Emden was drukker, dus dat kwam goed uit toen hij een boek wilde uitbrengen. Het werd dus zijn “Verhandeling over het damspel”. Van Emden bespreekt uitvoerig een aantal facetten van het damspel, waaronder het dambord zelf.

In onderstaande kolom enkele passages uit dit boek:

“Het Dambord is een gelykzydig vierkant doorgaans ter hoogte van 14 a 15 duimen, in honderd vierkante vakken of ruiten (gelyk men dezelve gewoon is te noemen) en die van een gelyke grootte zyn, afgebeeld.”  
 
Een andere belangwekkende notitie is er een, die zelfs in dit computer- tijdperk (nog) niet is ontkracht.                                                                                                                        
“Gebeurde het eindelyk dat het spel door twee spelers gespeeld en behandelt wierd, die beiden alle moogelyke bepaalingen daar in kenden, dan zou het spel ophouden een spel, een werkzaamheid van de geest, van het vernuft, te zijn.”

“Doch ik durve gerust verzeekeren dat het spel nimmer die ontaerdinge ondergaan zal, of kan."

 

Hypothese over het ontstaan van het damspel.
(verkorte versie van Dr. Arie. van der Stoep)
Indien het waar is, dat bordspelen waarbij slaan niet verplicht is, historisch zijn voorafgegaan aan bordspelen, waarbij slaan wel verplicht is, dan is het spel dat men in Frankrijk “Jeu Plaisant” noemde, primitiever dan het Spaanse damspel.

Aan het Spaanse damspel is een ouder spel voorafgegaan. Mogelijk Arabisch? Immers het in Spanje veel gespeelde alquerque is mogelijk Arabische import en het schaakspel, dat net als dammen promotie van materiaal kent, is zeker door de Arabieren in Spanje geïmporteerd.

Dat oer-damspel zou het Franse “Jeu Plaisant” kunnen zijn, waarvan het Spaanse damspel een afsplitsing is. Het is echter ook mogelijk, dat het Spaanse spel en Jeu Plaisant beide afsplitsingen zijn van een ander spel.

De Arabische overheersing in Spanje duurde van 711 tot ca. 1250. In deze tijd moet het oer-damspel zijn geïntroduceerd in Europa.

Het wachten is nu op een kenner van de Spaans-Moorse cultuur, tevens liefhebber van het bordspel en oude handschriften, die deze hypothese wenst te verifiëren.

Aan  de  Goudse  Courant  uit  1946  ontleenen  wij:
(De letterlijke weergave van het artikel)

Jong geleerd, oud gedaan!  Dit spreekwoord is ten volle van toepassing op den heer A. van Eeuwen te Boskoop, die reeds op 6 a 7 jarigen leeftijd het damspel leerde en nu op 81-jarigen leeftijd nog meedoet aan de wedstrijden om het damkampioenschap van het rayon Gouda van den Nederlandschen Dambond. En met succes!  Want hij wist eerste in zijn groep te worden en zoo de eindwedstrijden te bereiken, die deze week verspeeld worden.

In Waddinxveen was de heer Van Eeuwen destijds een der oprichters van de eerste damclub en later ook van de tweede. Vele jaren was hij haar secretaris en penningmeester. Later was hij ook bestuurslid van de damclub “Arnhem”, terwijl hij tegenwoordig in “Boskoop” speelt.

Zijn geheele leven heeft hij zijn liefde voor het damspel behouden. Wel houdt hij tegenwoordig naast zijn damavond er ook nog een schaak- en kaartavondje op na, maar dammen staat steeds bovenaan. En dikwijls zit hij bovendien nog een of ander damprobleem op te lossen.

Vroeger heeft hij wel meegedaan met de probleemwedstrijden van den Ned. Dambond. Het eerste jaar won hij den derden en het tweede jaar den tweeden prijs. Edoch, dit oplossen van problemen ging te veel tijd kosten en de zaak  - hij had een levensmiddelenbedrijf – mocht er niet onder lijden. Het is hem toen wel gebeurd, dat hij ’s nachts plotseling uit zijn bed sprong, omdat hij ineens de oplossing van een probleem gevonden had, waarnaar hij tevoren vergeefs gezocht had.

Wat de wedstrijdsport betreft, heeft de heer Van Eeuwen in groepswedstrijden tweemaal in Utrecht den eersten prijs behaald en eenmaal in Den Haag. In Arnhem wist hij ’t te brengen tot de finale om het kampioenschap van Gelderland.

“Ik heb het altijd graag gedaan”, zegt deze vitale en krasse 81-jarige.
“En ik doe het nog graag. Die reisjes naar Gouda op acht achtereenvolgende Zondagen heb ik er best voor over”.