In de eerste jaargang van het tijdschrift ‘Het Damspel’[1] werd op papier gezet wat men zich kon herinneren van het damleven in de 19e eeuw. Met deze gegevens als uitgangspunt nam Rob Jansen eind jaren tachtig/beging negentig een aantal landelijke en regionale kranten door op zoek naar de genoemde damwedstrijden. Minstens 15 plaatselijke toernooien, 4 regionale wedstrijden en 7 nationale damkampioenschappen bleken aan de hand van deze informatie te achterhalen[2].

Door onderzoek in kranten, zowel ter plaatse in archieven als via internet, is het aantal toernooien in de loop der jaren gegroeid tot zo’n 120. Tijdens het onderzoek kwamen onder andere de toernooien in Alkmaar1835[3] en 1836 aan het licht, welke beide in een overwinning voor de vermaarde Aris de Heer eindigden. In dit artikel ga ik in op de toernooien in Groningen, Noord- en Zuidholland en Noord-Brabant. De provincie Friesland[4] blijft buiten schot.
Met dit artikel hoop ik een basis te leggen/bouwstenen aan te dragen voor nader onderzoek hetgeen, hopelijk, resulteert in een ‘definitieve’ studie over het damleven in Nederland in de 19e eeuw.

1.0 - Toernooispel in de 19e eeuw in vogelvlucht
Al vroeg kregen de damspelers de gelegenheid elkaar in een toernooi te bestrijden; het oudste ons bekende toernooi stamt uit 1798 en vond plaats in Akersloot, Noord-Holland.


Uit de vele aankondigingen en verslagen die in diverse kranten uit Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Groningen en Friesland te vinden zijn blijkt dat de dammers gedurende de gehele 19e eeuw het strijdperk betraden.
Toernooien vonden plaats in zowel de ‘boerendorpen’ als de middelgrote en grote steden; de deelnemers afkomstig uit de boerenstand en de, gegoede, burgerij.
Tot 1875 komen de deelnemers voornamelijk uit dezelfde regio/provincie, na dit jaartal organiseert men ook landelijke toernooien; er bestaat blijkbaar een ‘database’ van spelers die het spel op niveau beoefenen.
Omdat het damspel toch vooral een winterbezigheid was, vonden de meeste toernooien in de maanden september/maart plaats. Opvallend is dat in Noord-Holland de toernooien tot en met 1839 juist in de zomer plaats vonden. Had dit te maken met de bereikbaarheid, de conditie van het wegennet?

Naast zeer actief damleven waren  er perioden van ‘damrust’. Deze perioden verschillen per regio, maar landelijk kunnen we de volgende tijdvakken onderkennen: 1808-1819, 1846-1851 en 1895-1899. 
De rustperiode 1808/1819 is te verklaren aan de hand van de politieke en economische situatie; de periode 1846/1851 is voornamelijk het gevolg van economische en meteorologische omstandigheden. 
Na maart 1895 is er alleen nog sporadisch een toernooi georganiseerd in de kop van Noord-Holland, Groningen en Friesland. Het eerste belangwekkende toernooi is dan het officieuze NK’s van 1900. 
Veelzeggend is ook dat de zowel de club in Middenbeemster als Tilburg het einde van de eeuw niet halen. De oorzaken van deze verminderde belangstelling voor het spel aan het einde van de 19e eeuw blijven in dit artikel buiten beschouwing.

Uiteindelijk zien we een, stedelijke, opleving in zowel Rotterdam (1899) als Amsterdam (1900) waar ‘Constant’ en ‘V.A.D.’ worden opgericht. Op het platteland is deze pas weer vanaf 1903[5] zichtbaar in de Zijperpolder. Na de oprichting van de damclub in ’t Zand, 1905, zijn damtoernooien daar niet meer noodzakelijk. Men ontmoet elkaar op de club en beproeft de krachten met andere clubs. In Friesland en Groningen komt het (toernooi)-damleven respectievelijk rond 1910 en 1905 weer op gang.

Tot slot mogen we concluderen dat het aantal overgeleverde toernooien in Noord- en Zuid-Holland, in totaal ongeveer 70, wellicht wat tegen valt, tevens mogen we aannemen dat informatie over, met name, lokale toernooien voor 1870 voor altijd in de vergetelheid is geraakt (Aris de Heer wint al op 15-jarige leeftijd een toernooi...). ter vergelijking: In Friesland zijn in de 19e eeuw minstens 330 georganiseerd.

[1] Het Damspel 1906/1907 – blz. 51 en 52 – over Klaas de Heer
[2] ‘Schatplichtig aan Caissa’ – 1992 – R.C.B. Jansen
[3] Zie hiervoor o.a. de website van 'Hoofdlijn'
[4] De toernooien in Friesland hebben alle betrekking op ‘Oer Alles’. Over het damspel in Groningen verschijnt t.z.t. een aparte geschiedschrijving – zie ‘Het Damspel’- Juni 2014, blz. 18/19
[5] In de Zijperpolder 


1.1 - Advertenties en Verslagen
Van een groot aantal toernooien in Groningen en Noord- en Zuid-Holland zijn zowel een, en in een aantal gevallen meer dan één, advertentie als een verslag gevonden. Ondanks de uniformiteit in de berichtgeving lijkt het erop dat deze verslagen door organisatoren van de toernooien naar krantenredacties, in een aantal gevallen door ‘heel’ het land, werden ingestuurd. Blijkbaar vonden de redacties het nieuws belangwekkend genoeg om op te nemen[6]. De teksten van de toernooien die op het eiland Texel werden verspeeld lijken echter door een journalist gemaakt te zijn.
In Friesland zijn tot ongeveer 1875 alleen advertenties gevonden, blijkbaar stuurden de organisatoren, meestal eigenaars van een café, geen verslag naar de krant[7].
Van de ‘speels’ opgezette toernooien in Tilburg na 1887 zijn wel aankondigingen gevonden, maar daar bestond na 1886 een afspraak met de krant(en) om in verslagen de namen van de winnaars achterwege te laten.

Doordat er na 1870 zelfs van onbeduidende toernooien een verslag en/of advertentie gevonden is, lijkt het erop dat we nog maar weinig toernooien aan het overzicht kunnen toevoegen, dit ondanks het feit dat nog niet alle kranten uit Amsterdam, Rotterdam, Haarlem, Enkhuizen, Hoorn en de provincie Groningen volledig zijn doorgenomen.
Waarschijnlijk zal informatie over lokale toernooien voor 1870 als verloren moeten worden beschouwd. Hierbij speelt natuurlijk het niet verschijnen van kranten in de ‘landelijke gebieden’ in de eerste helft van de 19e eeuw een belangrijke rol. De opheffing van het dagbladzegel in 1869 zorgde voor een veel beter nieuwsaanbod[8]. De ‘Oprechte Haerlemsche Courant’ blijkt in de eerste helft van de 19e eeuw een belangrijk medium te zijn: aankondigingen en verslagen van toernooien in andere plaatsen zijn hierin te vinden.
In de aankondiging en verslagen gebruikte men in de diverse regio’s dezelfde terminologie. In het begin van de 19e eeuw heeft men het veelal over het ‘verdammen’ van een prijs. Daarna gebruikt men vooral de term ‘dampartij’ en soms ‘damtoernooi’ of ‘damconcours’.

[6] Het aantal damwedstrijden valt qua aantal in het niet bij biljart-, kolf-, zeil- en kaatswedstrijden, maar wint het al snel van het aantal schaakwedstrijden. Qua prijzen(geld) staat het dammen onder aan de ladder van genoemde sporten. In de jaren 1830 is een ‘sport’ advertentie in een lokale krant in Noord-Holland een opzienbarende gebeurtenis, in de jaren 1870 en later komen de andere sporten steeds meer aan bod. 
In Friesland is het kaatsen, zeilen, paardrennen gedurende de gehele 19e eeuw populair. De kranten inde de grotere steden, zoals Haarlem, Leeuwarden, Amsterdam, bieden een ander beeld omdat men  informatie over wedstrijden uit de eigen regio/provincie en zelfs uit andere provincies opnam.
[7] Uitgebreide informatie over het toernooispel in Friesland is te vinden in ‘Oer Alles’ – 2002, van H. Walinga.
[8] Kijken we bijvoorbeeld naar Noord-Holland, dan zien we dat alleen in Alkmaar, Amsterdam en Haarlem vanaf het begin van de 19e eeuw nieuwsbladen verschenen. Het staatje ziet er voor Noord-Holland-boven het IJ verder als volgt uit: Den Helder 1843; Purmerend 1854; Hoorn 1855; Schagen 1857; Zaanstreek 1868; Enkhuizen 1870; Zijpe 1879 en Texel 1887.


1.2 - Wedstrijden in Groningen, Noord-Holland, Zuid- Holland en Noord-Brabant
Ondanks het feit dat het damspel in genoemde provincies populair was zijn er tot 1870 weinig openbare wedstrijden gevonden.
In de eerste jaargang van ‘Het Damspel’ ging men, merkwaardig genoeg, volledig voorbij aan de wedstrijden die in de regio’s Alkmaar, Schagen, Hoogwoud, Texel en Middenbeemster werden verspeeld. Na een ‘hausse’ in de jaren 1835/39, Alkmaar, en een opleving in 1841 is het ontbreken van toernooien in het tijdvak 1844-1870 opvallend.
In de zeventiger jaren van de 19e eeuw zien we een opleving en vervolgens een enorme vlucht na het NK en WK in 1886. Rob Jansen schrijft: ‘Het damleven lijkt zich in de 80er en 90er jaren van de 19e eeuw als een veenbrand door het westelijk gedeelte van Nederland te hebben verplaatst’. Deze ‘veenbrand’ bereikte een ‘hoogtepunt’ op het eiland Texel, waar in korte tijd een groot aantal wedstrijden plaats vonden.
Merkwaardig genoeg zijn er nauwelijks toernooien uit Amsterdam en Rotterdam overgeleverd. Wel kan worden gesteld dat de dammers uit Rotterdam en omgeving op organisatorisch gebied (wedstrijden en verenigingen) veel actiever zijn geweest dan de Amsterdammers.
In Groningen loopt er een langdurig onderzoek naar het damspel in het kader van het 75-jarig bestaan van de Groningse Dambond in 1994. Dit onderzoek is echter nog niet afgerond, maar er zijn al vele toernooien gevonden. De advertenties uit met name de jaren 1840, 50 en 90 doen vermoeden dat er al eerder toernooien zijn georganiseerd. Bewijzen hiervan zijn nog niet gevonden. Pas in de jaren negentig zien we weer een opleving.

In Noord-Brabant is Tilburg de onbetwiste damstad. Naast een landelijk toernooi in 1886 en een plaatselijk toernooi in 1888 zijn er in totaal 15 wedstrijden achterhaald waarvan de organisatie in handen was van vooral de N.K. (Nieuw Katholieke) Harmonie of de Zouaven Broederschap. De eerlijkheid gebied te zeggen dat deze toernooien samengingen met het biljart-, kaart- en dominospel. Heel serieus zal het er wel niet aan toe zijn gegaan, toch komen we onder de winnaars een aantal bekende namen tegen.

1.3 - Friesland
In Friesland was het toernooispel gedurende bijna de gehele 19e eeuw ongekend populair, de pieken en dalen zijn veelal te verklaren aan de hand van politieke en economische omstandigheden. Er zijn rond de 330 toernooien achterhaald[9]. Men speelde echter niet het ‘internationale damspel’, maar ‘oer alles’, waarbij de schijven en dammen ook horizontaal en verticaal mogen slaan. Deze toernooien vallen daarom verder buiten het aandachtsgebied maar gegevens worden wel gebuikt als vergelijkingsmateriaal. Een korte impressie:

Damtoernooien in Friesland

Het aantal achterhaalde toernooien in ‘de rest van Nederland’ valt in het niet bij het aantal dat door H. Walinga in ‘Oer Alles’[10] wordt beschreven. De teller slaat uit uit naar meer dan 300!
Groningen is weliswaar nog enigszins terra incognito, het wachten is op het boek over de Groninger damgeschiedenis ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan in 1994, maar de strijd lijkt al in het voordel van Friesland beslecht.

[9] ‘Oer alles’ – 2004, Hiele Walinga en (internet)archief van de Leeuwarder Courant.
[10] ‘Oer Alles’ – blz. 23 t.m. 61


Net als in Friesland en bijvoorbeeld de toernooien in Noord-Holland rond 1890, kwam alleen de periode november/maart voor het spelen van wedstrijden in aanmerking. In de jaren 1844/1849 vonden in Friesland geen toernooien plaats in verband met strenge winters, aardappelzieke, koortsepidemie, muizenplaag, longziekte bij het vee. Pas in 1854 nam de welvaart op het platteland toe en organiseerde men weer damtoernooien.
Ter illustratie een paar advertenties en verslagen uit het boek ‘Oer Alles’ van H. Walinga. Overigens dateert de oudste advertentie niet van 26.01.1805, zoals aangegeven in ‘Oer alles’ maar van 05.01.1805 en stond in de Bataafsche Leeuwarder Courant:

Na bekomen Consent van Drost en Gemeente Bestuur van Uitlegeradeel, gedenkt P.H. Franken tot Oldeboorn, te laten Verharddraven; met Paard en Slee, een paar extra mooye HOOFDSTALLEN, op Donderdaf dec 10 January 1805, en zulks met Paarden van twee Jaar oud; als mede op Vrydag den 11 dito te laten Verdammen; een superbe mooy DAMBORD met zyn Palmbomen Schyven, telkens om 12 uur, wordende de Liefhebbers tot dit een en ander vriendelyk uitgenodigd.

Kort daarna de volgende advertentie :
Met Consent van Drost en Geregte van Wijmbritseradeel, zal worden verdamd: een mooye ZILVEREN TABAKSDOOS, en tot een Premie een ZILVEREN HORLOGE KETTING, bij Geertje Abes te Scharnegoutum; de Liefhebbers worden verzogt op Donderdag de 3de febrary, precys om 12 uur des middags te Compareeren.

Hiele Walinga schrijft o.a. (blz. 26) ... ‘Dat Geertje Abes het aandurfde om een damwedstrijd uit te schrijven en aan te kondigen, geeft wel aan dat het dammen algemeen bekend was ...
In de advertentie wordt niet aangegeven om welke spelsoort, ‘oer alles’ of ‘overhoeks’, het gaat. Pas na 1900, met de opkomst van het Pools dammen in Friesland, zien we advertenties waarin de spelsoort wordt aangegeven.

In Alkmaar 1839 verzochten de spelers Aris de Heer om niet mee te spelen. Zo’n verzoek komen we regelmatig tegen bij de Fries toernooien en dan zijn G.M. IJsselstein uit Darsum, tussen 1841 en 1864 minstens 16x, en Jelle P. Jouwsma uit Kubaard, in de periode 1859/1864 alleen al 34 maal, de slachtoffers. Veschil met het toernooi in Alkmaar is wel dat al in de aankondiging werd aangegeven dat een speler niet mocht meespelen. Daarnaast sloten de kasteleins ook op anderze wijze spelers uit, twee voorbeelden:

  • ‘die geen Prijs of Premie hebben gewonnen’.
  • ‘behalve dezulken welke als winners bekend en vermeld zijn’.

Het tegenvergestelde van het bovenstaande is de tekst: ‘Alle liefhebbers worden uitgenodigd’.

Ook in Friesland speelde men volgens het afval/matchsysteem. Dit had ongetwijfeld tot gevolg dat sommige wedstrijden twee of zelfs drie avonden (Sexbierum 24/03/1874, Achlum 21/12/1875) in beslag namen. Rond 1875 stapte men in het westen over op het rondsysteem, in Friesland bleef het matchsysteem tot in het begin van de 20e eeuw gehandhaafd.Voor zover bekend stond voor het eerst in 1872 de uitslag van een wedstrijd in de kranten. De meeste advertenties verschenen in de Nederlandse taal, een gering aantal was in het Fries gesteld. Een voorbeeld van een advertentie en een verslag:

Leeuwarder Courant - 29.02.1856
Dampertij in ’t Tolhuis te Easterlittens
Mei toestemming fen ’t Gemeine-Bestui fen Baerderadael is GERBEN SANTEMA, Kastlein in ’t Easterlittens Tolhoes fen plan om Woensdel den 5den Maart 1856, te twa oere ferdamme to litten:
     In tige moal DAMBORD ta PRIES en
     In PREMIE jet neijer te bepalen.

Franeker Courant - 09.03.1873
SEXBIERUM, 7 Maart. Aan de vroeger in dit blad geannonceerde dampartij, werd deelgenomen door 20 liefhebbers, alhier en elders woonachtig. Drie avonden werd er gespeeld en heden liep de partij af. Menig zware strijd werd gestreden, tot dan eindelijk de overwinning werd behaald door Nanning Eeltjes Dijkstra, alhier woonachtig, aan wien dus de prijs van F 10,- ten deel viel. Jan Gerrits Koudenburg alhier bekwam de premie van F 2,50. Iedere avond waren vele belangstellende toeschouwers aanwezig en alles liep in de beste orde af.

image1
Het eerste damtoernooi in Friesland? Bataafsche Leeuwarder Courant 05.01.1805

image2
In 1854 kreeg men er weer zin in. Leeuwarder Courant 03.02.1854

1.4 - Overige provincies
Uit de provincie Utrecht zijn geen toernooien overgeleverd, maar E.G. Dettmeijer publiceerde in ‘La Gazette du Jeu de Dames’ informatie die aanleiding geeft om te veronderstellen dat deze wel, en dan met name in Amersfoort, hebben plaats gevonden, al kunnen we niet uitsluiten dat het hier een onderlinge wedstrijd van de bestaande dam(schaak)vereniging betrof.
Ook in kranten uit de provincie Zeeland is gezocht naar damwedstrijden, deze zijn echter niet gevonden. In de overige provincies, te weten Drenthe, Overijssel, Gelderland en Limburg, is weinig tot geen onderzoek gedaan, anderzijds is er ook geen informatie voorhanden die duidt op een actief wedstrijd gebeuren. Dit houdt overigens niet in dat men in deze provincies het damspel niet beoefende.

1.5 - Toernooireeksen
Net als in Friesland, daar voornamelijk aangestuurd door economische omstandigheden, zien we in de rest van het land tijdvakken waarin het toernooileven bloeit en afneemt, hoewel dit door het kleinere aantal toernooien minder duidelijk aantoonbaar is.
Economische recessie of niet, de 5 toernooien in Middenbeemster, in de periode 1881-1895 vormen een ‘aansluitend’ geheel. De club organiseerde een toernooi eens in de 3 à 4 jaar (en organiseerde ook een biljarttoernooi in 1887). Ook in andere dorpen en steden zien we regelmatig een aaneengesloten reeks wedstrijden. Voorbeelden hiervan zijn:

Alkmaar   1835-1839
Alblasserdam/Ridderkerk   1876-1879
West-Friesland   1886-1889 (diverse plaatsen w.o. Hoogwoud)
Alkmaar   1891-1894
Schagen   1891-1895
Texel   1887-1889 (diverse plaatsen)
Texel   1893-1894 (diverse plaatsen)


Wellicht behoort Rotterdam, waar in de ‘Volksleeskamer’ in 1879 en 1882 een toernooi plaats vond en waar bij ‘genoegzame deelname’ (Rotterdamsch Nieuwsblad 28.10.1884) ook een wedstrijd in 1884 is gehouden’ (in dit winterseizoen o.a. voordrachten van J. Blankenaar en J.B. Kan).

1.6 - Spelregels, wedstrijdformule, puntentelling, materiaal en prijzen
Welke spelregels men tijdens de toernooien toepaste is niet altijd duidelijk. In de kop van Noord-Holland bleef ‘damrust’ tot minstens 1890 in zwang. In Tilburg1886 paste men de regel ‘damslag gaat voor’ toe.

De toegepaste wedstrijdformule, ‘rondtoernooi’ of ‘match/robbersysteem’ is in een groot aantal gevallen wel herkenbaar. Purmerend1870, met vier overgebleven deelnemers, duidt op een match-(robber)systeem, een systeem dat we in Friesland gedurende de gehele 19e eeuw tegenkomen[11] en ook bij de schakers in zwang was[12]. De indeling werd waarschijnlijk door middel van loting bepaald, hetgeen natuurlijk tot gevolg kon hebben dat twee favorieten elkaar al in het begin van de wedstrijd tegenkwamen.

In ‘Ridderkerk1876 is er overduidelijk sprake van een ‘rondtoernooi’. Het eerste in Nederland? Op Texel switch men pas in 1893 van ‘match’ naar ‘rond’. De toernooien in Middenbeemster zijn alle wedstrijden ‘rond’ gespeeld.

Uit de behaalde punten kan men opmaken dat ook de dammers lang de nog steeds geldende schaakpuntentelling toepasten. Rond 1890 zien we hierin een verandering optreden en doet ‘het tweetje’ haar intrede.

Van de toernooien die de club in Middenbeemster organiseerde zijn uitslagenlijsten bewaard gebleven. Langere tijd dacht men dat deze uitslagenlijsten betrekking hadden op onderlinge wed-strijden van de dam- en schaakclub. De advertenties en verslagen wijzen uit dat deze lijsten gewoon de ingevulde ‘roosters’ van de dam- en schaaktoernooien zijn die in 1881[13], 1885, 1889, 1892 en 1895 plaatsvonden. Op de lijsten is een afwijkende puntentelling te vinden: winst = 1 punt; gelijkspel = 0; bij een nederlaag bleef het vakje leeg. Hoe de puntentelling bij de oudere toernooien, voor 1875, er uitzag, is niet bekend.

Het materiaal, borden en schijven, zal meestal wel in de lokaliteit aanwezig zijn geweest; in geen van de advertenties of verslagen, Friesland is hierop geen uitzondering, is er sprake van dat spelers zelf het materiaal dienden mee te nemen. Voor het gebruik van klokken is geen enkel bewijs gevonden. Hoe men de tijdsduur van een partij reguleerde is niet duidelijk. Dit geldt ook, m.u.v. de toernooien in Middenbeemster, voor het bijhouden van de score. Op lijsten of, voor iedereen duidelijk zichtbaar, op een groot bord?

[11] Bron: ‘Oer alles’ – 2004, Hiele Walinga
[12] Bron: Het Loopt Ongenadiglijk Mat – 1999, R.C.H. Scholten
[13] Organiseerde men alleen een damtoernooi


1.7 - Deelnemers
winnaars
Tot aan 1875 zijn van de meeste wedstrijden geen namen van de winnaars overgeleverd. De toernooizeges in 1835 en 1836 door Aris de Heer zijn wel gedocumenteerd. Na 1875 komt het sporadisch voor dat er geen verslag verschijnt ( de ‘wedstrijden’ in Tilburg vormen hierop een uitzondering). Onder de winnaars bekende namen als K. de Heer; H.H. Baudet, E.J.B. van Vught, A. Zomerdijk, A. Smit, W. Vijn en vele lokale beroemdheden waaronder leden van de families Maas, Koning en Bakker op Texel,, C. de Heer (zoon van) en H. Hemmes in Groningen.

dammer en schaker
Omdat noch het damspel noch het schaakspel in deze periode buitengewoon veel studie vereiste waren er veel spelers die beide sporten beoefenden en goede resultaten behaalden.
Klaas de Heer bleek in 1851 één van de sterkste schakers van Nederland te zijn[14]. Ook van Aris de Heer is bekend dat hij het schaakspel beoefende. Levy Benima was enige malen schaakkampioen van Nederland en deed op hoge leeftijd nog mee aan het damkampioenschap van Nederland.
Dr. Olland, eveneens schaakkampioen staat met naam en adres opgenomen in ‘Petit Bottin des joueurs de dames sur le jeu français’ 1900 (blz. 27). Constant Stams staat als secretaris van de Rotterdamse Schaakbond vermeld in de jaarboekjes van de schaakbond. Van hem is een schaakpartij opgenomen in Sissa. Interessant is dat Stams in La Strategie, een Frans schaakblad, een damprobleem opdraagt aan C.E.A. Dupré, die weer als correspondentiespeler van het schaakspel bekend staat.
Verder kunnen nog worden genoemd: D.J. Lowis, C.G. Vervloet, H.H. Baudet, B. Pak, F.J. Malta, W. Fermie, J.H. den Hertog, J.J. Speet, R. Heeren, J. Pinedo en E.G. Dettmeijer (die tevens een uitgebreide schaak/ dambibliotheek bezat).
Tijdens gecombineerde dam- en schaaktoernooien zien we veelal dat spelers zowel aan het dam- als aan het schaaktoernooi deelnamen. Deze wedstrijden werden blijkbaar na elkaar verspeeld. Een overzicht van alle deelnemers aan een landelijke wedstrijd is aan het eind van het artikel te vinden.

[14] Zesde plaats in het KVN zie o.a. Dammen nrs 7, 8, 9, 10


1.8 – Prijs en Premie
Tot en met 1870 bestaat de 1ste prijs steevast uit een dambord. De speeltafeltjes van Ridderkerk en Alblasserdam vallen ook nog wel onder deze categorie. Daarna zien we bij de prijzen van de niet stedelijke toernooien bijna altijd een geldbedrag als prijs; de prijzen in Tilburg en Rotterdam, maar ook Alblasserdam1877, bestaan uit wereldse zaken. In Friesland[15] bestonden de prijzen tot 1850 veelal uit tabaksdozen (zilver), zilveren messen en vorken en zilveren/gouden muntstukken, na 1850 voor een groot deel uit pomplampen en zilveren tabaksdozen, messen en vorken en na 1860 doen de geldprijzen hun intrede. In ‘de rest’ zien we zilveren voorwerpen pas rond 1870 opgang maken. Het toernooi Tilburg1886/feb kende waarschijnlijk de grootste prijzenpot, naast geldprijzen ook medailles in goud, zilver en brons al doet Middenbeemster1885/feb met 84 gulden een greep naar de macht. Dit bedrag moest worden gedeeld door schakers en dammers.
De Tilburgers vonden de prijzen van Rotterdam1893 niet interessant genoeg en bleven dus thuis.
Na 1880 ontvangt de winnaar bijna alleen nog maar een geldbedrag, welk bedrag in Friesland kan oplopen tot nlg 25,00. Van ongeveer 40pct van de wedstrijden is de prijs en premie niet bekend, in Friesland ligt dit percentage rond 25pct.

[15] ‘Oer alles’ – H.Hylkema, 2003


1.9 - Toernooi-indeling
Elk toernooi kent, voor zover na te gaan, een lokale (LKW), regionale/provinciale (RPW) of landelijke (KVN) bezetting. Deze indeling komt tot stand op basis van deelname uit onderstaande damregio’s:

1.   Alblasserdam
2.   Alkmaar
3.   Amsterdam
4.   Beemster/Purmerend
5.   Gouda
6.   Hoogkarspel
7.   Hoogwoud
8.   Ridderkerk
9.   Rotterdam
10.   Schagen/Zijpe e.o.
11.   Schermer
12.   Texel
13.   Tilburg
14.   Groningen
15.   Overig


Als criteria voor de toernooi-indeling is de deelname van spelers uit een bepaalde regio of, indien de uitslag niet bekend is, de doelstelling van het toernooi bepalend. Voor een landelijke wedstrijd, of officieus Kampioenschap van Nederland, geldt dat de deelnemers uit minstens twee provincies afkomstig dienen te zijn, maar hierbij is ook gekeken naar de speelsterkte.
Nieuwe landelijke toernooien werden tijdens het onderzoek in de afgelopen tien jaar niet meer aangetroffen. Wel kan men twijfelen aan de kwalificatie KVN voor Alblasserdam1876, geen uitslag overgeleverd, en schurkt Middenbeemster/1888 niet dicht tegen de landelijke status aan?
De wedstrijd Schagen1894 werd bezocht door spelers uit Schagen, Hoogwoud en ’t Zand en krijgt daarom het predicaat RPW opgespeld. De meeste toernooien vallen echter onder de noemer ‘lokaal toernooi’.
Een echte kruisbestuiving tussen de diverse damregio’s bleef veelal uit. W. Vijn was bijvoorbeeld de eerste deelnemer uit het noordelijk deel van Noord-Holland die deelnam aan een KVN, we spreken dan al over Amsterdam1900.
Tussen de regio’s ‘Hoogkarspel’ en ‘Purmerend/ Beemster’ bestonden wel innige contacten. We zien verder dat de sterke Noord-Hollandse spelers wel naar ‘het zuiden’, Ridderkerk/Alblasserdam/Tilburg, afreisden, maar dat omgekeerd deze beweging zeer beperkt bleef.

1.9.a. Landelijke toernooien [16]
De eerste 7 officieuze damkampioenschappen kunnen gevoeglijk onder de noemer amusement gebracht worden. In kort tot zeer kort tijdsbestek moest een groot aantal partijen gespeeld worden. In Tilburg1886 speelde elke deelnemer in de hoofdgroep op 1 dag 16 partijen voordat hij aan het diner en feestavond kon beginnen. Meestal was het kampioenschap een aangelegenheid van spelers uit de omgeving van Amsterdam en Rotterdam. Spelers uit de regio Schagen, Alkmaar, Hoogwoud en Amersfoort namen, voor zover bekend, niet deel[17]. Alleen tijdens het toernooi in Tilburg namen dammers van buiten de Randstad deel. Voor het toernooi van 1893 in Rotterdam werden de Tilburgers wel uitgenodigd, maar de club vond de prijzen niet aantrekkelijk genoeg om deelname te rechtvaardigen. Klaas de Heer kon/wilde ook niet aan dit toernooi deelnemen.

Het is nog onduidelijk hoe spelers van een landelijk toernooi op de hoogte werden gesteld. Advertenties stonden veelal in de plaatselijke bladen, daarnaast zijn in de Amsterdamse bladen wel een aantal advertenties gevonden maar in Rotterdam niet. Het kan haast niet anders of de dammerspelers en damclubs kregen een persoonlijke uitnodiging.
In de advertentie van Tilburg1886 staat te lezen dat ‘prospectus op aanvraag wordt toegezonden’. Maar hoe stelde men de spelers buiten Tilburg en Amsterdam op de hoogte? Gezien de deelname uit ‘schier alle provincies van het land’ bestond er blijkbaar een goed werkend netwerk/organisatie.

De sterkste speler uit het tijdperk 1870/1886 was ongetwijfeld Klaas de Heer. Hij bewees dit door lokale en regionale toernooien te winnen en daarin A. Zomerdijk en E.J.B. van Vught achter zich te laten. Hoogtepunt van zijn dammers- loopbaan was zijn optreden in het wereldkampioenschap van Amiëns1886. Vreemd genoeg behaalde Klaas de Heer nooit de nationale titel. Arie Smit zette hem in 1879, weliswaar door middel van loting, de voet dwars en aan Tilburg1886 nam hij niet deel. Na 1886 lijkt hij het dambord aan de wilgen te hebben gehangen en treffen we hem vooral achter het schaakbord aan[18], kenmerkend hiervoor is dat hij een uitnodiging voor Rotterdam1893 afsloeg.

E.J.B. van Vught en A. Zomerdijk konden door de afwezigheid van Klaas de Heer enkele malen het officieuze kampioenschap van Nederland behalen. Zij kunnen worden gekarakteriseerd als ervaren solide spelers. Van Vught stond bekend om zijn eindspelkennis en A. Zomerdijk was een wedstrijdspeler pur sang, die de omstandigheden wel eens naar zijn hand wilde zetten.
Een speler die aan zeer vele toernooien deelnam was Jan Plaizier. Mogelijk was hij zelfs de eerste officieuze damkampioen van Nederland, maar van het toernooi in Ridderkerk1877 is geen eindstand overgeleverd. Een houten tafel met daarop een plaatje met de inscriptie ‘Ridderkerksch Damconcours 27 februari 1877’[19] doet vermoeden dat hij hoog op de ranglijst eindigde en misschien wel de titel voor zich opeiste.
Opmerkelijk is het verschijnsel dat de grote toernooien werden afgelopen door complete spelers-families. Klaas de Heer en zijn halfbroers, de Amsterdamse ‘Vossen’ en de leden van de familieclans Smit en Lels uit het gebied van de Lek en de Noord streken als sprinkhanen neer op de wedstrijden.

[16] Een groot deel van deze tekst is overgenomen uit 'Schatplichtig aan Caïssa' — 1992 — R.C.B. Jansen
[17] Al bestaat er twijfel over de deelname aan Tilburg1886: 'de deelnemers kwamen uit schier alle provincies'
[18] Maandblad 'Dammen' nr 7, 8, 9, 10 en uitslagenlijsten van de toernooien in Middenbeemster 1885, 1889, 1892, 1895
[19] Hoofdlijn — nr. 15, blz. 4


1.9.b. Regionale toernooien
Aanvankelijk[20] was aan het toernooi 1885 - Middenbeemster de status ‘Lokaal’ toegekend; het vinden van een advertentie waarin werd gesproken van een ‘Internationaal Schaak- en Damtoernooi, prijzengeld nlg 88,00’ deed het toernooi in elk geval opschuiven naar de status ‘Provinciaal/ Regionaal’. De meeste deelnemers kwamen uit de omgeving van Purmerend maar we zien ook deelname van Van Vught uit Amsterdam. De spelers uit Zuid-Holland lieten het toernooi echter bijna volledig links liggen, waardoor van een opschaling naar KVN geen sprake kan zijn.

Het aantal advertenties dat in andere damgebieden dan de speelplaats gevonden is, toont aan de organisator(en) ook daadwerkelijk ‘groots’ dachten en spelers uit andere damgebieden wilden trekken.
Als voorbeeld noem ik de toernooien in Hoogkarspel (1874, 1877) waarvan advertenties werden geplaatst in de Amsterdam(1877) en Purmerend (1874/1877). In Schagen en Alkmaar verschenen er echter geen advertenties. Ook in de dichtbij gelegen plaatsen Enkhuizen en Hoorn zwijgen de kranten in alle talen. De lokale spelers informeerde men blijkbaar, aanplakbiljetten?, op een andere wijze.

De regionale toernooien in Schagen 1891 en latere jaren waren een direct gevolg van de oproep die P.v. Graft, Hoogwoud in de ‘Zijper Courant’ van 30 november 1890 plaatste:
‘Nog schrijft de heer P. v. Graft dat hij gaarne met bovenvermelde en andere sterke Damspelers eens persoonlijk kennis zou maken en stelt tot dat einde een samenkomst te Schagen of elders voor, ten einde man tegen man de krachten te meten. Wij laten ‘t initiatief daarvoor gaarne aan anderen; misschien is er wel één onder Heeren café-houders genegen tot het uitschrijven van een Damwedstrijd.

Een paar maanden na deze oproep kwam het toernooi Schagen1891 tot stand, kort daarna gevolgd door een tweede toernooi in de lokaliteit van C. Zijdewind. Ook de wedstrijden in de jaren 1892, 1893, 1894 en 1895 werden in dezelfde lokaliteit verspeeld en vaak al maanden van tevoren aangekondigd. Dezelfde uitbater was ook nog betrokken bij het tot stand komen van de damclub in Schagen in 1906.
De toernooien in Alkmaar in de jaren 1890 zijn wat lastiger te plaatsen. Aan deze gecombineerde schaak-, biljart- en damtoernooien namen meestal zo’n 10 dammers deel die uit Alkmaar maar ook uit de Beemster en de Schermer afkomstig waren. Spelers uit Hoogkarspel en Schagen en omgeving lieten deze toernooien waarschijnlijk links liggen.

In het jaar 1841 zien we een hausse aan toernooien in Noord-Holland; in 1854 in Groningen.

[20] 'Schatplichtig aan Caïssa' — 1992  R.C.B. Jansen


1.9.c. Lokale toernooien
Vooral in Tilburg en op het eiland Texel zijn een groot aantal lokale toernooien gespeeld. In Tilburg lijken de N.K. Harmonie en de Zouaven Broederschap er een sport van te hebben gemaakt om de dammers, kaartspelers, biljarters en dominospelers aan zich te binden. Op Texel ging het er echter serieus aan toe en nam bijvoorbeeld C.H. Broekkamp aan een toernooi deel.
Van een aantal lokale toernooien is alleen de uitslag en niet de advertentie gevonden, niet onlogisch omdat het toernooi alleen bedoeld was voor spelers die men een andere wijze, bijvoorbeeld via aanplakbiljetten, kon benaderen. Al met al is het aantal lokale toernooien buiten Friesland aan de lage kant. Een volledig overzicht zal nooit tot stand komen omdat de uitslag in de periode 1800/1870 niet of nauwelijks naar een lokale krant kon worden opgestuurd.

Als voorbeeld van een lokaaltoernooi waarvan we wel het bestaan weten maar geen advertentie of uitslag gevonden is, noem ik het toernooi dat in Amsterdam rond 1895 werd verspeeld en waarin Jack de Haas als overwinnaar uit het strijdperk trad. De aandacht van De Haas was via een aanplakbiljet, op een raam van een café, getrokken[21]. Op deze wijze zijn er ongetwijfeld nog vele toernooien georganiseerd.

[21] KNDB '75 jaar' — 1986  KNDB, blz. 194


1.9 - Het overzicht; de advertenties en verslagen
Van elk toernooi zijn een aantal basisgegevens opgenomen, zoals bronnenmateriaal, indicatie of het een landelijk-, provinciaal/regionaal-, of lokaaltoernooi betreft. Onder ‘Type’ staat info over de aard van de wedstrijd (alleen dammen of gecombineerd met schaken/domino etc. ) Daarnaast geeft ‘Regio’ informatie over de plaatsen/regio’s waar de spelers vandaan kwamen. Vervolgens alle bronnen; teksten; eventueel een afbeelding uit een nieuwsblad en hier en daar aanvullende opmerkingen mijnerzijds. Verwijzingen naar andere wedstrijden vindt plaats door het noemen van: plaats/jaar/maand.
Wedstrijden tussen verenigingen en onderlinge competities vallen in principe buiten het aandachtsgebied van dit overzicht.

nr   dag mnd jaar   plaats   pr   type   uitslag
1   19 8 1798   Akersloot   nh   low   geen uitslag
2   11 8 1799   Purmerend   nh   low   geen uitslag
3     1 1820   Winschoten   gr   rpw   Praag, I. van
4   23 7 1835   Alkmaar   nh   rpw   Heer, A. de
5   18 8 1836   Alkmaar   nh   rpw   Heer, A. de
6   28 10 1836   Avenhorn   nh   rpw   geen uitslag
7   12 10 1837   Alkmaar   nh   rpw   Kalis, J.
8   13 9 1838   Alkmaar   nh   rpw   geen uitslag
9   27 6 1839   Alkmaar   nh   rpw   Blokdijk, A.
10   7 10 1839   Hoorn   nh   rpw   geen uitslag
11   4 2 1841   Enkhuizen   nh   rpw   Heer, C. de
12   4 3 1841   Hoorn   nh   rpw   Singer, C.
13   16 6 1841   Rustenburg   nh   rpw   geen uitslag
14   2 9 1841   Bovenkarspel   nh   rpw   geen uitslag
15   21 9 1841   Medemblik   nh   rpw   geen uitslag
16   30 9 1841   Hoorn   nh   rpw   geen uitslag
17   29 12 1841   Hoorn   nh   rpw   geen uitslag
18   20 10 1842   Bovenkarspel   nh   rpw   geen uitslag
19   19 2 1844   Finsterwold   gr   rpw   Roelofs, R.J.
20   23 4 1844   Amsterdam   nh   low   geen uitslag
21   17 9 1844   Amsterdam   nh   low   geen uitslag
22   17 3 1853   Termunterzijl   gr   rpw   Jansen, J.
23   12 1 1854   Noordlaren   gr   rpw   Zondag, H.
24   20 1 1854   Stedum   gr   rpw   Dethmers, K.
25   10 2 1854   Farmsum   gr   rpw   Huisman, J.D.
26     1 1864   Uithuizen   gr   rpw   geen uitslag
27   19 2 1870   Purmerend   nh   rpw   geen uitslag
28   25 9 1874   Hoogkarspel   nh   low   geen uitslag
29   9 11 1876   Alblasserdam   zh   rpw   Baudet, H.H.
30   27 2 1877   Ridderkerk   zh   kvn   Plaizier Az., J. (?)
31   1 6 1877   Gouda   zh   rpw   Vught, E.J.B. van
32   20 9 1877   Purmerend   nh   rpw   Heer Az., K. de
33   21 11 1877   Alblasserdam   zh   kvn   Zomerdijk, A.
34   20 3 1878   Ridderkerk   zh   kvn   Vught, E.J.B. van
35   21 3 1878   Hoogkarspel   nh   rpw   Heer Az., K. de
36   24 1878    Wieringerwaard    nh    rpw    Heer Az., K. de
37   div  1879    Rotterdam    zh    low    Dijk, T.A. van
38   12  1879    Ridderkerk    zh    kvn    Smit, A. 
39   1881    Schagen   nh    low    Stammes, J. 
40   15  1881    Midden Beemster    nh    rpw    Heer Az., K. de 
41   div  1882    Rotterdam    zh    low    Dr. M.v. 
42   11  12  1883    Tilburg    br    low    Kuijsters, G. 
43   1884    Hoogwoud    nh    low    Deuren, J. v.d. 
44   26  1884    't Zand    nh    low    Kater, D. 
45   15  12  1884    Tilburg    br    low    geen uitslag 
46   1885    Schagen    nh    low    geen uitslag 
47   1885    Tilburg    br    low    geen uitslag 
48   21  1885    Alkmaar    nh    low    Heer Az., K. de 
49   14  1885    Tilburg    br    low    geen uitslag
50   26  1885    Midden Beemster    nh    rpw    Heer Az., K. de
51   21  12  1885    Tilburg    br    low    Frenkel, L. 
52   1886    Tilburg    br    low    Feijen, R. 
53   28  1886    Tilburg    br    kvn    Zomerdijk, A. 
54   13  12  1886    Tilburg    br    low    geen uitslag 
55   div  12  1886    Rotterdam    zh    low    Doeleman, M.J. 
56   13  1887    Den Burg (Tx)    nh    low    geen uitslag 
57   16  1887    Tilburg    br    low    geen uitslag 
58   1887    Hoogwoud    nh    low    Graft, P. van 
59    10  1887    Oosterend (Tx)   nh   low    Witte, J.
60    13  12  1887    Tilburg    br    low    geen uitslag 
61    30  12  1887    Oosterend (Tx)    nh    low    Maas, H.W. 
62    15  1888    Tilburg    br    low    geen uitslag 
63    17  1888    Waal (Tx)    nh    low    Koning, C.W. 
64    1888    Zuid-Eijerland (Tx)    nh    low    Bakelaar, A. 
65    1888    Den Burg (Tx)    nh    low    Witte, J. 
66    12  1888    Koog (Tx)    nh    low    Hoopman, Jb. 
67    19  1888    Tilburg    br    low    geen uitslag 
68    25  1888    Oosterend (Tx)    nh    low    Koning, P.W. 
69    1888    Koog (Tx)    nh    low    Maas, C.W. 
70    30  1888    Tilburg    br    low    Heeswijk, A.J.v. 
71    23  11  1888    Waal en Burg (Tx)    nh    low    Bakker, J. Jacobszoon 
72    27  11  1888    Den Burg (Tx)    nh    low    geen doorgang 
73    20  12  1888    Waal en Burg (Tx)    nh    low    Bakker, C. 
74    1889    Waal (Tx)    nh    low    Koning, C.W. 
75    1889    Lambertschaag    nh    low    Zijp, A. 
76    13  1889    Tilburg    br    low    Mandos-Vinken, H.M.C. 
77    11  1889    Oosterend (Tx)    nh    low    Koning, C.W. 
78      1889    Scheemda    gr    rpw    Looienga, K. 
79    19  1889    Sint Maarten    nh    low    Wit, D. ; Peetoom, C. ; Peetomm, J. 
80    1889    Den Burg (Tx)    nh    low    Maas, H. 
81    25  1889    Midden Beemster    nh    rpw    Heer Az., C. de 
82    12  1890    Tilburg   br    low    geen uitslag
83    1890    Tilburg    br    low    geen uitslag 
84    24  12  1890    Rotterdam    zh    low    geen uitslag 
85    13  1891    Schagen    nh    rpw    Vijn, W. 
86      1891    Wheere    nh    low    Vijn, W. 
87    24  1891    Schagen    nh    rpw    Groenteman, J. 
88    14  12  1891    Alkmaar    nh    rpw    Boer, F. de 
89    10  1892    Noord-Schermer    nh    low    Dekker, K. 
90    12  1892    Den Burg (Tx)    nh    low    Koning, C.W. 
91    15  1892    Gouwe    nh    low    Vijn, W. 
92    16  1892    Schagen    nh    rpw    Jimmink, H. 
93    1892    Midden Beemster    nh    rpw    Zomerdijk, A. 
94    10  12  1892    Tilburg    br    low    geen uitslag 
95    12  12  1892    Alkmaar    nh    rpw    Heer, J. de 
96    25  1893    Waal (Tx)    nh    low    Bakker, J. 
97    1893    Waal en Burg (Tx)    nh    low    Koning, C. 
98    1893    Oosterend (Tx)    nh    low    Bakker, J.J[acobszoon] 
99    1893    Den Burg (Tx)    nh    rpw    Bakker, J.B. 
100   5 3 1893   Schagen   nh   rpw   Vijn, W.
101   26 3 1893   Ezinge   gr   low   geen uitslag
102   3 4 1893   Groningen   gr   low   geen uitslag
103   28 10 1893   Rotterdam   zh   kvn   Vught, E.J.B. van
104   18 12 1893   Oosterend (Tx)   nh   low   Koning, K.
105   5 1 1894   Spanbroek   nh   low   geen uitslag
106   15 1 1894   Alkmaar   nh   rpw   Noomen, Jb.
107   25 1 1894   Den Burg (Tx)   nh   low   Koning, C.
108   16 2 1894   Oosterend (Tx)   nh   low   Koning, J. Sr.
109   20 2 1894   Schagen   nh   rpw   Hoogschagen, G.
110   14 5 1894   Amsterdam   nh   low   Meijer, J.
111   13 10 1894   Rotterdam   zh   kvn   Vught, E.J.B. van
112   8 12 1894   Helpman   gr   low   Hemmes, H.
113   10 12 1894   Alkmaar   nh   rpw   geen uitslag
114     12 1894   Drieborg   gr   low   Havinga, J.
115   12 1 1895   Helpman   gr   low   geen uitslag
116   30 1 1895   Haren   gr   low   geen uitslag
117   7 2 1895   Lisserbroek   nh   low   geen uitslag
118   8 2 1895   Midden Beemster   nh   rpw   Zomerdijk, A.
119   7 3 1895   Haren   gr   low   Hemmes, H. Jzn.
120   15 3 1895   Schagen   nh   low   geen uitslag
121   0 12 1896   Tilburg   br   low   geen uitslag
122   12 2 1897   Gouw   nh   low   Vijn, W.
123   28 12 1897   Hoorn   nh   low   geen uitslag
124   16 2 1898   Gouw   nh   low   geen uitslag
125   20 1 1899   Spanbroek   nh   low   geen uitslag
126   13 2 1899   Gouw   nh   low   Vijn, W.
127   24 11 1899   Spanbroek   nh   low   geen uitslag
128   ? ? 189?   Amsterdam   nh   low   Haas, J.B. de


Het laatste toernooi is alleen bekend door het artikel in Het Damspel, 1906, blz. 51/52. We twijfelen over de juistheid van deze berichtgeving:
In HD 1906 valt verder te lezen dat: Klaas de Heer behaalde in den damwedstrijd, gehouden te Purmerend in 1870 en te Ridderkerk in 1879 den 1sten prijs. Als een bewijs, welk een verbazend sterke damspeler hij geweest is, gelde, dat de heer K. de Heer in de damwedstrijden, gehouden te Hoogkarspel, Wieringerwaard, Beemster en Alblasserdam eveneens 1ste prijzen heeft behaald.

Een toernooi in Alblasserdam met als winnaar Klaas de Heer is niet overgeleverd. In Ridderkerk werd hij na loting verwezen naar de tweede plaats.

Een toernooi in Amersfoort komt ter sprake in Dam Eldorado, 1982 nr. 6, blz 186, winnaar A. de Heer (bron: Revue du jeu de Dames 1893 – bron J. Simonota). Van dit toernooi bestaat gerede twijfel omtrent de juistheid van de berichtgeving.

In de onderstaande tabel wordt het verschil in wedstrijden in beeld gebracht tussen Brabant; Groningen, Noord-Holland, Zuid-Holland en Friesland:

Periode                   totaal   totaal  
    br   gr   nh   zh   br/gr/nh/zh   friesland  
<1799   0   0   2   0   2   0  
1800/1804   0   0   0   0   0   0  
1805/1809   0   0   0   0   0   5  
1810/1814   0   0   0   0   0   0  
1815/1819   0   0   0   0   0   1  
1820/1824   0   1   0   0   1   16  
1825/1829   0   0   0   0   0   17  
1830/1834   0   0   0   0   0   4  
1835/1839   0   0   7   0   7   15  
1840/1844   0   1   10   0   11   15  
1845/1849   0   0   0   0   0   1  
1850/1854   0   4   0   0   4   10  
1855/1859   0   0   0   0   0   47  
1860/1864   0   1   0   0   1   53  
1865/1869   0   0   0   0   0   40  
1870/1874   0   0   2   0   2   25  
1875/1879   0   0   3   7   10   24  
1880/1884   2   0   5   1   8   20  
1885/1889   12   1   22   1   36   29  
1890/1894   3   4   23   3   33   10  
1895/1899   1   3   9   0   13   5  
Totalen   18   15   83   12   128   337