Datum : 13/14.10.1894      
Plaats : Rotterdam Provincie : Zuid-Holland
Winnaar : E.J.B. van Vught Deelnemers : 17
Spelers uit regio : 1, 3, 8, 9 Codering : landelijk
Spel(len) : dam Match/rond : rond
Prijs : verguld zilveren medaille Dag : zaterdag, zondag
Advertentie(s) : nee(?) Verslag(en) : ja
 
Wereldkroniek – Damrubriek 29.09.1894
DAMWEDSTRIJD TE ROTTERDAM
De spelers van Kinderdijk en omstreken, hebben tegen Zaterdag 13 en Zondag 14 October een Dam-wedstrijd uitgeschreven in het Poolsch Koffiehuis alhier, elke speler heeft met elken anderen ééne partij te spelen, ééne gewonnen partij telt voor 1, eene remise-partij voor beide spelers voor ½ winstpunt; er zijn 5 prijzen: 2 verguld zilveren, 2 zilveren en 1 bronzen medaille: nadere bijzonderheden zijn te vernemen in het Poolsche Koffiehuis, Zuidblaak 2 alhier, en ook bij onzen Redacteur.

Zaanlands Nieuws- en Advertentieblad 19.10.1894:
De krasse heer E.J.B. van Vught, Warmoesstraat 3, te Amsterdam, heeft in den Rotterdamschen damwedstrijd den eersten prijs behaald. De heer van Vught heeft den respectabelen leeftijd van 80 jaar.


Wereldkroniek – Damrubriek 20.10.1894
Damwedstrijd te Rotterdam. – Deze in ons Blad van 29 Sept. aangekondigde wedstrijd had op 13 en 14 dezer in het Poolsch Koffiehuis alhier plaats; hij was uitgeschreven door de Heeren K. Smit Jzn. En W.A. Boogaerdt te Krimpen a/d Lek, L.J. Smit en Jan Lels te Kinderdijk, van wie de laatste feitelijk als Secretaris optrad: hem werd onder luide bijvalsbetuigingen hulde gebracht voor de uitstekende wijze waarop hij zoo vóór als tijdens het concours alles georganiseerd had; reeds bij den aanvang van den strijd sprak de Heer K. Smit Jzn., de oudste in jaren der oproepings-commissie, en als haar President te beschouwen, in zijne flinke openingsrede een woord van recht hartelijken dank tot den Heer Lels, en hetzelfde geschiedde ook bij den afloop door een paar medestrijders; een hunner, onze stadgenoot de heer J. Blankenaar, de talentvolle dichter, bezong in zinrijke versregels[1] den wel niet bloedigen maar toch zeer zwaren kamp, een geestesstrijd waarin kennis en beleid lauweren deden verwerven, een hardnekkig gevecht waarin zij die geen prijs mochten behalen, toch met eer en roem het strijdperk verlieten. Van de zeer fraaie door de oproepings-commissie als prijzen aangebodene 5 Verguld Zilveren, Zilveren en Bronzen Medailles werden de twee eerste, de Verguld Zilveren, behaald door de Heeren E.J.B. van Vught te Amsterdam met 12, en W.A. Boogaerdt te Krimpen a/d Lek met 10½ winstpunten; op hen volgden 4 spelers die ieder 10 winstpunten gemaakt hadden en die dus nog om de andere prijzen moesten kampen; de derde werd toen behaald door den heer A.J. van der Woude te Amsterdam, de vierde door den Heer J. Lels te Kinderdijk, en de vijfde door onzen Rotterdamschen dichter, den Heer J. Blankenaar. Het is opmerkelijk en inderdaad in hooge mate bewonderenswaardig, dat even als in het vorig jaar, de eerste prijs wederom gewonnen werd door den bijna tachtigjarigen Heer E.J.B. van Vught, van Amsterdam.
 
[1] Dit gedicht is helaas niet overgeleverd.

Le Jeu de Dames 01.01.1895
Op hetzelfde tijdstip, dat het grote tentoonstellingstoernooi van Lyon plaats vond, werd het tweede nationale toernooi van Rotterdam gespeeld, dat 17 spelers bijeen bracht, die bijna allen aan het eerste van het vorig jaar deelgenomen hadden, en waarvan de voornaamste reeds bij onze lezers bekend zijn door het humoristische verslag, dat M.C. Stams in het decembernummer van 1893, van de ‘Revue’ er van deed.Om de 5 prijzen, bestaande uit 2 vergulde zilveren medailles en 1 bronzen, is levendig gestreden. E. van Vught heeft weer de eerste prijs behaald met 1,5 punt voorsprong op M. Boogaert, 2e bekroonde, die 10,5 punten verwierf, en daarmee een 0,5 punt boven de 4 volgende concurrenten stond. Deze 4 auteurs, met 10 punten, hebben gezamenlijk aanvullende partijen gespeeld die ze aldus hebben doen rangschikken, te weten:
De heeren A.J. v.d. Woude, Jan Lels en J. Blankenaar, resp. 3e, 4e en 5e prijs en M.J. Plaizier op de 6e plaats. Daarna kwamen: de heren F.C. Hemmes en C.G. vervloet met 9,5 punt, C. Stams 8,5 punten, J.A. den Arend, C. Broekkamp, L.J. Smit ex aequo, 7,5 punt, C.J. Lels 6 punten, A.B. v.d. Boon, F.H. Lels, K. Smit, 4,5 punten, Jan von Lindern,4 punten.
De afstand tussen de twaalf eerste concurrenten is veel minder dan verleden jaar en de heren Boogaert, Blankenaar en Hemmes hebben zich o.a. schitterend opgewerkt. Dat de amateurs van Rotterdam en Kinderdijk voortgaan het goede voorbeeld te geven en dat de kringen van Amsterdam, Beemster, Tilburg enz. zullen besluiten zich bij hen aan te sluiten om geheel tezamen een internationaal Toernooi te organiseren. Waar de voornaamste Hollandse Kampioenen, de heeren K. de Heer, Zomerdijk, van Vught de eerepalm zullen betwisten aan de amateurs van Frankrijk, Belgie en Zwitserland.

Uitslag: [2]
1. E.J.B. van Vught   Amsterdam   12   pnt.
2. W.A. Boogaerdt   Krimpen   10,5 pnt.
3. A.J. v.d. Woude   Amsterdam   10 pnt.
4. J. Lels   Kinderdijk   10 pnt.
5. J. Blankenaar   Rotterdam   10 pnt.
6. J. Plaizier Az.   Ridderkerk   10 pnt.
7. F.C. Hemmes   Delft   9,5 pnt.
8. C.G. Vervloet   Rotterdam   9,5 pnt.
9. C. Stams   Rotterdam   8,5 pnt.
10. I.A. den Arend   Rotterdam   7,5 pnt.
11. C.H. Broekkamp   Amsterdam   7,5 pnt.
12. L.J. Smit   Slikkerveer   7,5 pnt.
13. C.J. Lels   Alblasserdam   6 pnt.
14. A.B. v.d. Boon   Rotterdam   4,5 pnt.
15. F.H. Lels   (?)   4,5 pnt.
16. K. Smit   Krimpen   4,5 pnt.
17. J. von Lindern   Rotterdam   4 pnt.

De Rotterdammers organiseren opnieuw een kampioenschap en Van Vught behoudt zijn titel, een topprestatie!  Het aantal deelnemers valt toch wat tegen. Waar zijn bijvoorbeeld de Blankenaars, waar is Baudet, de spelers uit de Beemster en de Schermer? F.C. Hemmes studeerde een tijdje in Delft en kon daardoor deelnemen aan zowel Rotterdam1893 en 1894. In de Rotterdamse kranten is geen verslag te vinden, blijkbaar vond Stams het voldoende om de uitslag in de Wereldkroniek op te nemen. In bewaard gebleven brieven van Van Vught aan Stams wordt helaas met geen woord over het toernooi gerept. Het toernooi doet, door de verminderde deelname en publiciteit (een scoretabel is niet gepubliceerd), duidelijk onder voor de editie van 1893.
 
[2] In ‘100 jaar Constant’ – 1999 schijft A. v.d. Stoep dat de puntentelling  ‘2;1;0’ in dit toernooi werd toegepast. Uit de verslagen blijkt het tegendeel. Is er  nog een andere bron?