ELFDE HOOFDSTUK [16]
Aanwijzing der vijftig partijen of damzetten, voorgesteld in het zevende Hoofdstuk »127.
[16] In dit hoofdstuk de oplossingen en toelichting op de oplossing.
| 65 (1.zet) | (Aanwijzing van den 1. damzet)[17] | |
| A. speelt 37 op 43; B slaat met dam 29 op 47; A speelt 12 op 16; B slaat met 11 op 22; A speelt 32 op 36; B slaat met 47 op 31; A speelt 23 op 27; B slaat 22 op 33; A speelt 4 op 9; B slaat met 31 twee tot 15; A slaat met 20 vijf stuks en wint vervolgens het spel. 1. 12-08 24x02 2. 37-31 36x27 3. 17-11 02x16 4. 28-22 27x18 5. 49-44 16x40 6. 35x22 |
||
| [17] Deze tekst staat, met het betreffende nummer, boven alle oplossingen |
||
| 16. (2.damzet) | (Aanwijzing van den 2. damzet) | |
| 1. 40-34 39x19 2. 36-31 27x47 3. 29-24 47x20 4. 15x02 A slaat met 40 vijf stuks tot dam op 47, en wint, zoo hij de lijn tusschen 20 en 47 bewaart, het spel. |
||
| 17. (3.damzet) | (Aanwijzing van den 3. damzet) | |
| 1. 29-24 18x20 2. 27-22 17x28 3. 44-40 26x17 4. 39-33 28x39 5. 40-34 39x30 6. 35x04 slaat met 20 drie, wordt dam op 49, en wint daarna het spel. |
||
| 18. (4.damzet) | (Aanwijzing van den 4. damzet) | |
| 1. 20-14 19x10 2. 18-13 08x19 3. 39-34 30x28 4. 42-37 32x46 5. 21x05 slaat met 26 vier tot op 50 en wordt dam. Om wijders het spel te winnen, moet men slechts zorg dragen, zoodra B zijn dam verloren heeft, om 11 op 16 te spelen. |
||
| 19. (5.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 5. damzet) | |
| 1. 17-11 16x07 2. 38-32 27x38 3. 48-43 38x49 4. 47-41 36x47 5. 45-40 47x38 6. 35-30 49x35 7. 30-25 35x19 8. 25x01 slaat met 30 vier schijven van B en wordt dam op 46. B speelt hierop 18 op 14 en wint het spel. |
||
| 20. (6.damzet) | (Aanwijzing van den 6. damzet) | |
| 1. 18-13 09x18 2. 15-10 05x23 3. 43-38 30x19 4. 39-34 40x29 5. 33x02 slaat met 18 vijf en wordt dam op 47, speelt vervolgens naar beurt 9 op 15, en wint voorts het spel. |
||
| 21. (7.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 7. damzet) | |
| 1. 39-33 28x39 2. 38-32 27x38 3. 40-34 39x30 4. 18-12 07x18 5. 49-44 16x07 6. 48-43 38x49 7. 50-45 49x40 8. 45x01 slaat met 10 zes stuks en wordt dam op 46. Om nu het spel te winnen, moet A maar op de lijn tusschen 10 en 46 blijven, mits hij zich behoede, dat B, door het afgeven van drie schijven, zijn dam niet vermeestere, en wanneer B twee schijven mogt afgeven, om op de lijn tusschen 10 en 46 te geraken, dan moet A, op zijne beurt, zich meester maken van de lijn tusschen 5 en 41. De winst van het spel zal hij dan kwalijk verwaarlozen kunnen. |
||
| 22. (8.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 8. damzet) | |
| 1. 29-23 18x29 2. 28-22 36x18 3. 39-34 29x40 4. 49-44 20-14 49x07 5. 14x01 A slaat met 39 de drie dammen van B, en wint vervolgens het spel. |
||
| 23. (9.damzet) | (Aanwijzing van den 9. damzet) | |
| 1. 21-17 12x21 2. 49-43 30x48 3. 36-31 48x26 4. 22-18 13x22 5. 28x17 11x22 6.47- 42 26x48 7. 40-34 48x30 8. 33-29 24x33 9. 35x04 slaat met 20 drie tot op dam 49. |
||
| 24. (10.damzet) | (Aanwijzing van den 10. damzet) | |
| 1. 23-18 06x17 2. 18-13 09x18 3. 28-22 18x27 4. 39-34 40x29 5. 38-33 29x38 6. 43x01 slaat met 8 vier schijven en wordt dam op 46. Wanneer nu A vervolgens op zijne beurt eerst 4 op 9, en dan 9 op 15 speelt, zoo behoort hij verder met een goed beleid dit spel te winnen. Ziet hij, dat B met of 48 speelde, zoo behoort A zijn dam 46 op 42 te plaatsen, alvorens hij met 4 op 9 speelt. |
||
| 25. (11.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 11. damzet) | |
| 1. 14-10 15x04 2. 18-12 24x15 3. 38-33 29x38 4. 48-43 38x49 (damrust) 5. 37-31 49x07 6. 31x02 (damrust) slaat met 16 drie stuks, wordt dam op 47, en behoort vervolgens, zonder verdere aanwijzing, het spel te winnen. |
||
| 26. (12.damzet) | (Aanwijzing van den 12. damzet) | |
| 1. 24-19 13x24 2. 27-22 18x27 3. 14-09 03x14 4. 16-11 02x16 5. 39-33 42x29 6. 28-22 27x18 7. 50-45 16x40 8. 45x03 slaat met 10 vier stuks tot op 48, dewijl B nu waarschijnlijk 39 op 34 zal spelen, zoo heeft A slechts zijn dam op 37 te plaatsen, waardoor de winst van zijn spel buiten allen twijfel staat. |
||
| 27. (13.damzet) | (Aanwijzing van den 13. damzet) | |
| 1. 13-09 04x13 2. 25-20 14x25 3. 28-22 27x18 4. 48-42 37x48 (damrust) 5. 17-12 48x19 6. 12x05 slaat met 37 de drie dammen van B tot op 50. De verdere winst van A behoort zonder aanwijzing volbragt te worden. |
||
| 28. (14.damzet) | (Aanwijzing van den 14. damzet) | |
| 1. 50-44 02x24 2. 36-31 26x46 3. 12-08 24x02 4. 17-11 02x16 5. 49-43 16x49 6. 40-35 49x40 7. 45x05 A slaat met 10 vier stuks tot op dam 50, houdt aldaar de dam 1 van B opgesloten, en wint eindelijk het spel. B.O.?: 1. 17-11 26x24 2. 50-44 02x16 3. 49-43 16x49 4. 40-35 49x40 5. 45x05 |
||
| 29. (15.damzet) | (Aanwijzing van den 15. damzet) | |
| 1. 19-14 20x18 2. 27-21 15x31 3. 47-42 02x13 4. 49-44 26x17 Onverschillig is het, welke van deze twee beurten het eerst gedaan wordt. 5. 48-43 31x39 A slaat met 9 vier stuks tot op dam 47, waarna de winst van het spel van A zich als van zelve aanwijst. |
||
| 30. (16.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 16. damzet) | |
| 1. 45-40 44x35 2. 37-32 26x28 3. 43-39 22x31 4. 29-23 18x40 5. 39-34 40x29 6. 24x02 slaat met 29 vier stuks tot op dam 47 25x15 7. 02x36 slaat met dam 47 twee tot 11. A zich vervolgens op zijne beurt op 38 plaatsende en dan de lijn tusschen 20 en 47 bewarende, heeft het spel in zijne hand. |
||
| 31. (17.damzet) | (Aanwijzing van den 17. damzet) | |
| 1. 28-22 17x28 2. 19-14 26x17 3. 39-33 28x39 4. 13-09 04x13 5. 50-44 39x50 6. 49-44 50x10 7. 15x04 (damrust) 24x15 8. 04x33 A slaat met 49 zeven stuks, drie tot 31 en vier tot 18, waarna A, eerst de schijf 32 tot 21 vervolgende, en zich daarna op de lijn tusschen 20 en 47 plaatsende, het spel wint. |
||
| 32. (18.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 18. damzet) | |
| 1. 14-10 25x31 2. 28-22 17x19 3. 40-35 05x14 4. 35x02 26x17 Onverschillig is het, welke van deze twee beurten het eerst gedaan wordt 5. 02x26 met dam 47 vijf tot op 21 36-41 6. 26x25 41-47 7. 29-24 Ofschoon B nu verkoos, met zijne schijf 11 op 6 te spelen, om vervolgens, dewijl A inmiddels twee moet slaan, op 2 dam te halen, zoo ziet men, dat A, tot op 30 slaande, het spel terstond wint. Speelt B anderszins met zijne schijf 37 op 33, dan plaatst A zijn dam op 32, en ziet mede overtollige kans, om het spel te winnen. |
||
| 33. (19.damzet) | (Aanwijzing van den 19. damzet) | |
| 1. 39-34 12x21 2. 28-23 19x28 3. 30x19 14x23 4. 25x14 10x19 5. 38-33 28x30 6. 35x02 slaat met 20 drie tot op dam 47. Wijders is het voor A niet buiten alle gelegenheid, om het spel te winnen. B.O.: ook 1. 39-33 12x21 2. 28-23 19x39 etc. wint |
||
| 34. (20.damzet) | (Aanwijzing van den 20. damzet) | |
| 1. 25-20 14x25 2. 30-24 19x30 3. 29-24 30x19 4. 28-23 18x40 5. 46-41 17x28 6. 32x03 21x32 7. 03x02 slaat met dam 48 vier tot op 47. A behoort nu uit eigen beleid zoo veel te kunnen spelen, dat hij zijn spel tot remise brengt. |
||
| 35. (21.damzet) | (Aanwijzing van den 21. damzet) | |
| 1. 48-42 29x45 2. 15-10 04x15 3. 28-23 45x18 4. 47-41 36x47 (damrust) 5. 16-11 47x09 6. 11x04 slaat met 36 drie tot op dam 49. Wanneer nu B met 50 op 45 speelt, dan moet A 30 op 35 spelen, om daardoor twee te slaan. Speelt B met een van zijnen andere schijven, dan moet A eerst 12 op 17, en vervolgens op zijne beurt 1 op 12 brengen. Gebeurt het, dat B zijne schijf 37 op 26, en zijne schijf 42 op 36 zal weten te brengen, met oogmerk, om daardoor de dam van A te willen bekomen, dan moet A met zijnen Dam op 27, en van 27, zoo er niet te slaan valt, wederom op 49 gaan, wanneer hij dan eindelijk wel de weg zal vinden, om het spel te winnen. |
||
| 36. (22.damzet) | (Aanwijzing van den 22. damzet) | |
| 1. 28-22 18x36 2. 37-31 36x27 3. 39-33 30x28 4. 19-13 08x30 5. 29-24 30x19 6. 14x01 slaat met 39 vijf tot op dam 46 05x14 A, om verder het spel te kunnen winnen, speelt volgens beurt met 31 op 36, met 36 op 41, met dam 46 op 42, en met schijf 41 op dam 46. Mogt B goedvinden, om, inmiddels door het afgeven van drie schijven, een dam van A te vermeesteren, zoo zal hij nogtans met zijne overige twee schijven niet tot dam geraken kunnen, als A in dat geval, met zijnen overgeblevenen dam, op de lijn tusschen 10 en 46 blijft post houden; dus wint A het spel. |
||
| 37. (23.damzet) | (Aanwijzing van den 23. damzet) | |
| 1. 16-11 02x16 2. 36-31 27x36 3. 50-45 16x49 4. 28-23 19x28 5. 37-31 36x27 6. 17-11 06x17 7. 45-40 49x35 8. 30-25 35x19 9. 25x03 slaat met 30 zes stuks tot op dam 48. Wanneer B nu met 38 op 34 speelt, dan moet A zijn dam op 43 plaatsen, of speelt B met 38 op 33, dan moet A zijne schijf 2 tot op 12 tegen de gemelde schijf van B aanbrengen, waardoor de winst van A duidelijk genoeg te zien is. |
||
| 38. (24.damzet) | (Aanwijzing van den 24. damzet) | |
| 1. 29-24 20x29 2. 43-38 13x24 3. 16-11 NB. Hier heeft A alreeds de gelegenheid, om dam te krijgen, gelijk te zien is, nogtans verkiest hij eene andere wijze daarin. 02x16 4. 12-07 01x21 5. 28-23 29x18 6. 40-34 30x39 7. 37-31 26x28 8. 38-33 21x32 9. 33x02 slaat met 18 drie tot op dam 47. A bereikt hiermede zijn oogmerk, en ziet, voor het overige, zijn spel door eenen drieslag terstond verloren. |
||
| 39. (25.damzet) | (Aanwijzing van den 25. damzet) | |
| 1. 31-27 30x48 2. 18-13 08x19 3. 27-21 26x28 4. 42-38 33x31 5. 47-42 48x37 6. 41x05 slaat met 6 vier tot op dam 40. Wanneer A nu met 30 een tweede dam gaat halen, zal hij bevinden, zijn spel te kunnen winnen. |
||
| 40. (26.damzet) | (Aanwijzing van den 26. damzet) | |
| 1. 38-33 17x26 2. 27-21 26x17 3. 20-14 19x10 4. 24-19 13x35 5. 31-27 22x42 6. 33x02 slaat met 18 drie tot op dam 47. A bereikt hiermede zijn oogmerk, doch kan, nadat B met 7 op 3 dam gehaald heeft, geene schuif doen, zonder het spel te verliezen. |
||
| 41. (27.damzet) | (Aanwijzing van den 27. damzet) | |
| 1. 14-09 03x25 2. 23-18 12x23 3. 34-30 25x43 4. 31-27 45x34 5. 47-42 38x47 6. 27-21 47x20 7. 16-11 06x17 8. 21x03 slaat met 26 twee tot op dam 48, en laat wijders de winst aan B over. |
||
| 42. (28.damzet) | (Aanwijzing van den 28. damzet) | |
| 1. 45-40 24x08 2. 27-21 16x27 3. 37-32 27x38 4. 26-21 08x26 5. 48-42 26x48 6. 47-42 48x19 7. 25-20 14x25 8. 39-33 38x29 9. 34x05 slaat met 19 drie tot op dam 50. Wanneer B nu met zijne schijf 47 op 43 speelt, dan moet A naar beurt met zijnen dam 50 eerst op 34, dan op 38 spelen, en vervolgens de lijn tusschen 11 en 49 bewaren. Speelt B met 47 op 42, dan moet A met zijnen dam eerst op 45, dan op 49, en vervolgens mede zich op de lijn tusschen 11 en 49 geplaatst houden; de winst van A zal dan volkomen blijken. B.O.: 1. 13-08 02x13 2. 44-40 35x33 3. 23-18 13x42 4. 47x09 |
||
| 43. (29.damzet) | (Aanwijzing van den 29. damzet) | |
| 1. 25-20 02x16 2. 20-14 09x20 3. 12-07 16x02 4. 18-13 19x08 5. 17-12 08x17 6. 35-30 02x35 7. 39-34 40x29 8. 49-43 35x38 9. 42x04 slaat met 7 vier tot op dam 49. Mogt B nu met 32 of 17 spelen, dan behoort A met zijnen dam op 22 te gaan, en verliest B met een zijner overigen schijven te spelen, dan moet A met zijnen dam op 11, vervolgens met zijne schijf 2 op 7, en dan met zijnen dam van 11 op 2 spelen. Zoo hij dan voor het overige geen volstrekt verkeerd beleid houdt, maar zijne schijf 3 ook op zijn pas laat werken, zal hem de winst van zijn spel niet ontberen. |
||
| 44. (30.damzet) | (Aanwijzing van den 30. damzet) | |
| 1. 41-36 09x25 2. 36-31 26x37 3. 29-23 17x26 4. 19-14 25x09 5. 24-19 13x24 6. 50-44 49x18 7. 38-32 37x28 8. 33x04 slaat met 18 drie tot op dam 49 en wint vervolgens het spel, al ware het ook, dat B tegen verwachting dam kreeg. |
||
| 45. (31.damzet) | (Aanwijzing van den 31. damzet) | |
| 1. 32-27 06x17 2. 26-21 17x37 3. 25-20 22x31 4. 38-32 37x28 5. 39-34 40x29 6. 30-24 19x30 7. 35x02 slaat met 18 drie tot op dam 49, en wint na verloop het spel. |
||
| 46. (32.damzet) | (Aanwijzing van den 32. damzet) | |
| 1. 44-39 43x34 2. 35-30 34x25 3. 47-42 37x48 4. 33-28 22x13 5. 40-34 48x30 6. 36-31 26x37 7. 45-40 17x26 8. 46-41 37x46 9. 40-35 46x14 10. 35x04 slaat met 20 drie tot op dam 49. Dit oogmerk bereikt hebbende, geeft hij het spel voor verloren. |
||
| 47. (33.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 33. damzet) | |
| 1. 37-31 26x28 2. 29-24 17x26 3. 24-20 15x35 4. 38-32 28x37 5. 47-42 37x48 6. 25-20 48x50 7. 20-15 35x44 8. 15x04 slaat met 40 op 49 en wordt dam, doch geeft daarop[18] het spel. |
||
| [18] in de editie 1785 staat: ...doch geeft daar op het spel'. |
||
| 48. (34.damzet) | (Aanwijzing van den 34. damzet) | |
| 1. 11-07 02x22 2. 48-43 14x25 3. 34-29 33x35 4. 37-32 28x37 5. 47-42 37x48 6. 21-16 48x50 7. 16-11 35x44 8. 11-07 B, wat hij ook nu spele, moet met al de kracht van zijn spel aanzien, dat A onverhinderd op 47 spelen en daarmede zijn dam behalen zijn. B kan voorts, zoo hij dam 11 op 22, en van 22 op 31 speelt, terstond de dam van A opsluiten en het spel winnen. |
||
| 49. (35.damzet) | (Aanwijzing van den 35. damzet) | |
| 1. 37-31 33x36 2. 19-13 09x20 3. 21-17 12x32 4. 30-24 36x30 5. 35x04 slaat met 20 drie tot dam 49. Vervolgens met dam 49 op 11 spelende, is de winst van A kennelijk genoeg, zonder verdere aanwijzing te behoeven. |
||
| 50. (36.damzet) | (Aanwijzing van den 36. damzet) | |
| 1. 24-20 25x14 2. 26-21 08x26 3. 37-31 26x19 4. 15-10 04x15 5. 39-34 40x29 6. 33x04 slaat met 18 drie tot op dam 49. Om nu wijders het spel te winnen, zal A niet kwalijk doen, zoo hij op zijne beurt speelt 7 op 12, dam 49 op11, van 11 op 2, van 2 op 7, van 7 op 3, en met 8 op 14. |
||
| 51. (37.damzet) | (Aanwijzing van den 37. damzet) | |
| 1. 21-17 12x21 2. 22-18 13x22 3. 40-34 25x50 4. 38-33 50x28 5. 19-14 09x18 6. 32x03 slaat met 17 drie tot op dam 48. A kan tot voltooijing van zijne winst nu spelen met dam 48 op 44 en dan 7 op 13; of begeert hij met 40 een tweede dam te halen. Zulks kan hij doen, door middel van 48 op 39 te plaatsen, en dan met 40 op 45 te gaan, mits dan alvorens 27 van B van zijne plaats verdreven te hebben; of wel, hij kan met 48 op 30 gaan, en op verscheidene wijzen met goed beleid zijne winst volbrengen. |
||
| 52. (38.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 38. damzet) | |
| 1. 49-43 18x36 2. 28-22 36x18 3. 24-19 13x35 4. 43-39 15x24 Onverschillig is het, welke van deze twee beurten het eerst gedaan wordt 5. 44-40 35x44 6. 37-31 26x28 7. 33x04 slaat met 18 drie tot op dam 49 44x42 8. 04x47 slaat met dam 49 zes tot op 2. Speelt B nu met 43 op 38 en van 38 op 34, zoo moet A met dam 2 op 11, en van 11 op 16, vervolgens van 16 naar 12 spelen, en dan dezelfde schijf van B najagen, tot wanneer die op 20 geraakt zijn; doch speelde B met 43 op 37, of met een zijner andere schijven, dan moet A met zijn dam op de lijn tusschen 11 en 49 geplaatst houden. Langs dezen weg kan A zijne winst niet verwaarloozen. |
||
| 53. (39.damzet) | (Aanwijzing van den 39. damzet) | |
| 1. 29-24 20x29 2. 25-20 14x45 3. 12-08 03x12 4. 39-33 29x38 5. 44-40 45x34 6. 22-17 12x21 7. 36-31 26x28 8. 43x05 slaat met 8 vier tot op dam 50 21x32 9. 05x03 slaat met dam 50 vier tot op 48 Verkiest B nu zijne schijf 49 af te geven, om met 31 op 26 te spelen, dan moet A daarop zich op 44 begeven, en de lijn tusschen 11 en 49 blijven bewaren; doch gebruikt B zijne schijf 49, om er mede te spelen, dan moet A zijne schijf 4 daartegen aanbrengen. Wat B ook anderzins moge spelen, A zal gewis zulk een beslist spel niet verwaarloozen. |
||
| 54. (40.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 40. damzet) | |
| 1. 27-22 18x27 2. 32x21 23x43 3. 34x23 19x39 4. 30x08 03x12 5. 47-42 16x27 6. 42-38 43x32 7. 26-21 27x16 8. 40-34 39x30 9. 35x04, slaat met 20 drie tot op dam 49, en vervolgens nog twee op 4, waarna A het spel behoort te winnen.[19] |
||
| [19] Zie 'Aan de lezer' aan het eind van hoofdstuk 12. Volgens A.de Heer is de stand remise. |
||
| 55. (41.damzet) Damrust |
(Aanwijzing van den 41. damzet) | |
| 1. 37-31 36x27 2. 39-34 02x16 3. 42-38 27x30 4. 49-43 16x49 5. 40-35 49x10 6. 35x04 slaat met 20 drie dammen van B tot op dam 49. De verdere winst behoeft geene aanwijzing, zoo A slechts de schijf 44 van B, wanneer die op 39 en 35 mogt spelen, op 45 en 50 vervolgt, en dan dezelve met 27 vermeesterd. |
||
| 56. (42.damzet) | (Aanwijzing van den 42. damzet) | |
| 1. 15-10 04x15 2. 28-22 13x16 3. 32-27 16x19 4. 25-20 14x23 5. 39-34 45x29 6. 33x04 slaat met 18 drie dammen tot op 49. Begeert A nu wijders dit spel te winnen, zoo behoort hij met een kundig overleg de positie der schijven van B zoodanig te winnen, dat hij eindelijk dezelve weet te bemagtigen. Komt A hierin te kort, zoo laat hij tevreden zijn, van zijn spel voor het minst remise te kunnen maken. |
||
| 57. (43.damzet) | (Aanwijzing van den 43. damzet) | |
| 1. 24-19 13x24 2. 26-21 17x26 3. 37-32 26x28 4. 38-33 22x31 5. 33x04 slaat met 18 drie tot op dam 49. 08-13 B speelt 43 op 38. 6. 04x27 31x22 z+ A, wil hij nu aan B niet toelaten, om, door middel van schijf 30, met eenen tweeslag naar dam te gaan, speelt daarom met dam 49 op 22. B slaat met 16 de dam van A tot op 22. A, nu twee schijven minder dan B hebbende, moet alle verwachting, om zijn verlies te vermijden, ijdel rekenen. Had A zijn dam op 47 genomen, het was terstond voor hem verloren, gelijk te zien is, of wel, had A, met zijnen dam op 49 geslagen hebbende, vervolgens de schijf 43 van B niet tot aan 22, maar tot op 27 geslagen, het ware mede terstond voor hem kwijt geweest, vermits B dan zijne schijf 37 op 33 zou spelen, waarmede A hetzelfde nadeel gebeuren zou, als wanneer hij op 47 was gaan dam halen. In alle manieren blijkt deze damzet voor A ongeraden te zijn; het behoud van zijn spel moet hij zoeken, gelijk ik in het voorstel van dezen zet even aangeroerd heb. Niet in Van Emden: 5. … 12-18 6. 04x22 08-12 7. 36x27 12-18 8. 22x30 25x45 Z+ |
||
| 58. (44.damzet) | (Aanwijzing van den 44. damzet) | |
| 1. 47-41 22x50 2. 15-10 14x05 3. 32-28 50x22 4. 40-34 30x39 5. 38-33 39x28 6. 31-27 22x31 7. 26x37 17x26 8. 06x08 03x12 9. 37-31 26x37 10. 41x03 slaat met 6 vier tot op dam 48. De verdere voltooijing en winst van het spel zal A zonder aanwijzing nu wel weten te vinden. |
||
| 59. (45.damzet) | (Aanwijzing van den 45. damzet) | |
| 1. 26-21 17x26 2. 24-20 06x17 3. 44-39 48x08 4. 45-40 02x11 5. 20-14 10x19 6. 47-42 26x48 7. 40-34 48x30 8. 35x02 slaat met 20 de drie dammen van B en wordt dam op 47. Het spel voorts te winnen, laat ik ter bevlijtiging van A over. |
||
| 60. (46.damzet) | (Aanwijzing van den 46. damzet) | |
| 1. 32-27 35x08 2. 38-33 50x19 3. 26-21 17x26 4. 37-32 26x28 5. 27-21 08x26 6. 25-20 14x25 7. 36-31 26x37 8. 41x05 slaat met 6 vier stuks. A kan wijders, door middel van zijne schijf 1 op 11 te brengen, of wel door schijf 10 te laten werken, zijn spel besturen, zoodat hij hetzelve, zondere meerdere aanwijzing, behoort te winnen. |
||
| 61. (47.damzet) | (Aanwijzing van den 47. damzet) | |
| 1. 34-29 23x34 2. 40x20 15x24 3. 25-20 14x34 4. 45-40 34x45 5. 44-40 45x34 6. 28-23 19x39 7. 38-33 39x28 8. 32x01 34-39 9. 43x34 24-29 10. 34x23 08-12 11. 01x18 13x31 slaat 38 twee tot 16 en wint vervolgens het spel. |
||
| 62. (48.damzet) | (Aanwijzing van den 48. damzet) | |
| 1. 12-08 03x12 2. 47-41 46x48 3. 36-31 48x26 4. 27-22 18x27 5. 32x21 23x32 (*) 6. 34x23 19x28 7. 38x27 26x17 8. 33x02 met 18 drie tot op dam 47. Hoe dit spel door A verder te winnen zij, zal hij zonder aanwijzing zekerlijk volvoeren Kunnen. (*). Had B, in plaats van eerst met 28 op 17 te slaan, met dam 21 op 32 geslagen, dan had A inmiddels 5 op 9 gespeeld, waardoor hij dezelfde damslag behield. |
||
| 63. (49.damzet) | (Aanwijzing van den 49. damzet) | |
| 1. 16-11 07x16 2. 35-30 24x35 3. 28-22 17x28 4. 37-31 28x46 5. 38-32 46x28 6. 27-21 16x27 7. 31x04 slaat met 16 vijf tot op dam 49. Niet in Van Emden: 7. … 18-22! Wanneer B nu 37 op 32 mogt spelen, met oogmerk, om te zoeken, de dam van A te Vermeesteren, dan moet A 21 tegen 32 afgeven, vervolgens zijn dam op 40, zijne Schijf 7 op 12, zijn dam 40 op 2, zijne schijf 8 op 13, zijne schijf 3 op 8, zijn dam 2 op 7 en van 7 op 3 spelen, wel verstaande, dat hij zulks moet waarnemen in beurten, die hem daardoor aan geene nadeelen blootstellen. Wanneer de dam, op 3 geplaatst, dus aan weerskanten van het veld zijne werking kan doen, zal A ten minste behooren het spel remise te maken. |
||
| 64. (50.damzet) | (Aanwijzing van den 50. damzet) | |
| 1. 13-08 02x13 2. 24-20 15x35 3. 29-24 35x19 4. 25-20 14x25 5. 34-29 23x43 6. 32x05 43x41 7. 05x46 26x37 8. 46x35 21x32 9. 35-13 11x39 10. 13x34 slaat met dam 41 twee De verdere winst zal A nu wel volbrengen kunnen.[blz.152] |